wetzoeker

Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen

Wet van 4 november 2004 tot uitvoering van de verordening van de Raad van de Europese Unie betreffende Gemeenschapsmodellen houdende aanwijzing van de rechtbank voor het Gemeenschapsmodel (Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2023
Rechtsgebied
Intellectueel eigendomsrecht, Intellectuele eigendom
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0017438
Versie
2023-01-01_0
SHA-256 bron
078daf5fc4a0abaa0b879151b041d1430dd6ff37ab570b4ff5df52bbfd15a4cd

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder verordening: verordening (EG) nr. 6/2002 van de Raad van de Europese Unie van 12 december 2001 betreffende Gemeenschapsmodellen (PbEG 2002, L3).

Artikel 2

In afwijking van artikel 994 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, wordt een beslissing van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen), bedoeld in artikel 71 van de verordening, aangemerkt als een beslissing gegeven door de rechter van een vreemde Staat als bedoeld in artikel 985 van eerdergenoemd wetboek.

Artikel 3

Voor alle vorderingen, bedoeld in artikel 81 van de verordening, is in eerste aanleg uitsluitend bevoegd de rechtbank Den Haag en in kort geding de voorzieningenrechter van de rechtbank die op grond van artikel 4.6 van het Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) bevoegd is.

Artikel 4

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 5

Deze wet wordt aangehaald als: Uitvoeringswet EG-verordening betreffende Gemeenschapsmodellen.