wetzoeker

ad 2 Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken

Bij het beantwoorden van de tweede vraag gaat het meer in het bijzonder in hoeverre de geconstateerde beperkingen – afzonderlijk, dan wel in samenhang gezien – het functioneren van de aanvrager in een normale arbeidsomgeving in de weg staan. Hierbij moet UWV rekening houden met hetgeen voor de aanvrager als passende arbeid kan worden beschouwd. Over het algemeen kan worden gesteld dat lichamelijke, verstandelijke of psychische beperkingen – strikt genomen – gezien moeten worden in het licht van feitelijk te verrichten activiteiten, om te kunnen beoordelen of er sprake is van een handicap. Daarbij moet dan bovendien in beschouwing worden genomen in hoeverre er compensatiemogelijkheden zijn, bij de persoon zelf of met behulp van aanpassingen en hulpmiddelen in de omgeving. In extremo kan dit inhouden dat een vergaand of volledig verlies van doorgaans onmisbare lichamelijke functies in sommige gevallen óf geen rol van betekenis speelt bij bepaalde activiteiten, óf nagenoeg geheel gecompenseerd kan worden door technische of personele voorzieningen of door buitengewone vaardigheden van de persoon. Het kan echter ook zo zijn dat forse fysieke beperkingen bij anderen op voorhand een onmiskenbare handicap betekenen in vele situaties, zeker als de verstandelijke capaciteiten en de psychische gesteldheid geen beduidend tegenwicht bieden. Evenzo zullen aanmerkelijke verstandelijke of psychische beperkingen in veel omstandigheden een niet te miskennen handicap zijn, die een als normaal geaccepteerd functioneren in de weg staan. In het bijzonder kan het samengaan van meerdere beperkingen leiden tot een beduidende handicap in uiteenlopende situaties, zelfs als deze beperkingen afzonderlijk mogelijk relatief mild zijn.

Regeling
Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en begeleid werken
Soort
AMvB
Geldend vanaf
28-07-2018
BWB-id
BWBR0017240
Versie
2018-07-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl