wetzoeker

Artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden

1 De veroordeelde kan tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, binnen veertien dagen na de dag waarop zijn celmateriaal is afgenomen onderscheidenlijk de dag waarop de mededeling, bedoeld in artikel 6, derde lid, is betekend, een bezwaarschrift indienen bij de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, dan wel de rechtbank in het arrondissement waar tegen de strafbeschikking verzet had kunnen worden gedaan. De zesde afdeling van Titel I van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing.

2 Het bezwaarschrift is met redenen omkleed.

3 De rechtbank beslist zo spoedig mogelijk.

4 Zolang tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel een bezwaarschrift kan worden ingediend en zolang een ingediend bezwaarschrift niet is ingetrokken of daarop niet is beslist, wordt op basis van het celmateriaal van de veroordeelde geen DNA-profiel bepaald.

5 Indien de rechtbank het bezwaarschrift gegrond verklaart, beveelt zij de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van de veroordeelde terstond wordt vernietigd.

Regeling
Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden
Afkortingen
Wdov
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0017212
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl