wetzoeker

Hoofdlijnen van het beleidsterrein Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Deviezenbeleid over de periode 1945-1981 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Nederland kwam zwaar geschonden uit de Tweede Wereldoorlog. De infrastructuur lag in puin en er was een groot tekort aan levensmiddelen, kleding en woonruimte. Bovendien waren de geldhoeveelheid en de staatsschuld hoog opgelopen. Ingrijpende maatregelen waren noodzakelijk. Het tekort aan buitenlandse betaalmiddelen, met name Amerikaanse dollars, bracht de wederopbouw in gevaar. Om de schaarse buitenlandse deviezen te behouden werd een stringent deviezenbeleid ingevoerd. De basis hiervoor werd gevormd door het Deviezenbesluit 1945, Stb. F 222 d.d. 10 oktober 1945. Dit besluit trad op 20 oktober 1945 in werking en werd pas in 1981 ingetrokken toen de Wet financiële betrekkingen buitenland van 28 mei 1980, Stb. 321, van kracht werd. Het betalingsverkeer met het buitenland werd geheel gecentraliseerd. De Nederlandsche Bank werd belast met de uitvoering van het besluit. Zonder vergunning van De Nederlandsche Bank, of één van diens gemachtigden, was iedere deviezenhandeling verboden. In de loop der jaren verbeterde de deviezenpositie van Nederland en werd het systeem versoepeld. Er werden steeds meer algemene vergunningen verleend voor groepen van belanghebbenden.

Het Deviezenbesluit 1945 was tot stand gekomen zonder bemoeienis van de Staten-Generaal. De overheid kreeg door het besluit vergaande bevoegdheden. Veel juristen twijfelden echter aan de rechtmatigheid van het besluit. Dit leidde tot een aantal juridische zaken waarbij de Nederlandse Staat steeds in het gelijk werd gesteld. In maart 1951 bevestigde de Hoge Raad in cassatie dat wetsbesluiten die zijn uitgevaardigd vóór het bijeenkomen van de Staten Generaal rechtsgeldig waren. Deze uitspraak was van grote principiële betekenis voor de rechtmatigheid van de activiteiten van De Nederlandsche Bank.

Het Deviezenbesluit 1945 legde de verantwoordelijkheid van het algemene deviezenbeleid bij de Minister van Financiën, de Minister van Handel en Nijverheid, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Deze Ministers hebben hun bevoegdheden vervolgens overgedragen aan een Commissie van Vertegenwoordigers, de zogenaamde Deviezencommissie.

De Nederlandsche Bank werd belast met de uitvoering van de regeling. Daarvoor werd in 1945 het kantoor deviezenvergunningen opgericht. Ook de Bijbank in Rotterdam kreeg een deviezenkantoor.

In het Deviezenbesluit 1945 werd niet aangegeven wat precies onder de term deviezen werd verstaan. Daarom werd steeds afzonderlijk gesproken van goud, edele metalen, betaalmiddelen, geldswaardige papieren, vorderingen, effecten en goederen.

Op grond van het Deviezenbesluit 1945 zijn een groot aantal voorschriften uitgevaardigd. In deze voorschriften werd het deviezenverkeer tot in details geregeld. Naast algemene voorschriften ging het hierbij om voorschriften inzake de grensoverschrijding van personen, waaronder emigratie, de zeevaart, de binnenscheepvaart, het wegvervoer, het verzekeringswezen, het kapitaalverkeer, de afwikkeling van nalatenschappen etc.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Deviezenbeleid over de periode 1945-1981 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
15-08-2004
BWB-id
BWBR0016886
Versie
2004-08-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl