D. Actoren waarvan de Minister van Financiën de zorgdrager is Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Cultuurbeheer over de periode 1945–2000 (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Minister van Financiën
107
Handeling: Het verstrekken van een subsidie aan de (rijks)museale instellingen
Periode: 1945–
Grondslag: Bekostigingsbesluit cultuuruitingen (Stb. 1994/473): art. 3, art. 4, art. 8 (zoals gewijzigd bij Besluit van 28 juli 1999 (Stb. 1999/351): art. I sub E), Regeling subsidiëring museale instellingen (Stcrt. 1994/150): art. 2 (zoals gewijzigd bij Vaststelling Handboek financiële verantwoording cultuursubsidies (Stcrt. 1997/247): art. II sub B, zoals gewijzigd bij Wijziging Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen en intrekking Regeling subsidiëring museale instellingen (Stcrt. 1999/228): art. IV), art. 8 (zoals gewijzigd bij Wijziging Regeling subsidies en uitkeringen cultuuruitingen en intrekking Regeling subsidiëring museale instellingen (Stcrt. 1999/228): art. IV)
Product: Subsidie, beschikking
Opmerking: Vanaf 1994 wordt de subsidie ten hoogste voor een periode van vier jaar verstrekt, doch blijft binnen de periode waarvoor de cultuurnota geldt. Subsidie wordt verstrekt voor activiteiten van (rijks)museale instellingen met toepassing van Regeling subsidiëring museale instellingen (Stcrt. 1994/150). Per 1 januari 1998 kan de Minister van Cultuur hiervan afwijken mits de beschikking waarbij een subsidie wordt verstrekt de afwijking nadrukkelijk vermeld. Dit vervalt per 24 november 1999.
Waardering: V 10 jaar
158
Handeling: Het beslissen over het verzoek om kwijtschelding van successierechten, de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen uit nalatenschappen gehoord
Periode: 1997–
Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I
Product: Beschikking
Opmerking: Kwijtschelding van successierechten kan slechts worden verleend bij de overdracht van roerende goederen aan de Staat die:
– voorkomen op de Lijst van beschermde voorwerpen behorende bij de Wet tot behoud van cultuurbezit (Stb. 1984/49)
– niet voorkomen op deze lijst, maar wel als onvervangbaar en onmisbaar kunnen worden aangemerkt
– op grond van één of meer van de volgende criteria van groot nationaal cultuurhistorisch of kunsthistorisch belang zijn. Deze criteria zijn: presentatie- of attractiewaarde, artistieke waarde, herkomstwaarde, ensemblewaarde of, in combinatie met een of meer andere criteria in dit onderdeel, documentatiewaarde.
Zie voorts: RIO Belastingen, de geheiligde schuld (Pivot-rapport nummer 65), handeling 392 en de daarop gebaseerde selectielijst.
Waardering: V 10 jaar
160
Handeling: Het, op voordracht van de Minister van Cultuur, voorbereiden van de benoeming van de leden van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen
Periode: 1997–
Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I
Product: Kb
Opmerking: Zie voorts: RIO Belastingen, de geheiligde schuld (Pivot-rapport nummer 65), handeling 9 en de daarop gebaseerde selectielijst.
Waardering: V 10 jaar
164
Handeling: Het voorzien in het secretariaat van de Adviescommissie beoordeling aangeboden cultuurbezit uit nalatenschappen
Periode: 1997–
Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I
Product: Besluit
Opmerking: Zie voorts: RIO Belastingver(h)effend (Pivot-rapport nummer 19), handeling 157 en de daarop gebaseerde selectielijst.
Waardering: V 10 jaar
166
Handeling: Het verklaren dat met betrekking tot een cultureel voorwerp kwijtschelding van successierechten van toepassing is
Periode: 1997–
Grondslag: Wijziging van het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956 (Stb. 1998/130): art. I
Product: Verklaring
Opmerking: Zie voorts: RIO Belastingen, de geheiligde schuld (Pivot-rapport nummer 65), handeling 392 en de daarop gebaseerde selectielijst.
Waardering: V 10 jaar
168
Handeling: Het overeenstemmen met de Minister van Cultuur bij het afgeven van een verklaring voor schadeloosstelling bij verlies of schade van tentoongestelde cultuurvoorwerpen
Periode: 1989–
Grondslag: Regeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1989/4): 2 lid 1, Subsidieregeling indemniteit bruiklenen (Stcrt. 1996/11): art. 2 lid 1, art. 3
Product: Overeenstemming
Opmerking: Het gaat hierbij om dekking van uitgeleende voorwerpen ten behoeve van een tentoonstelling.
Waardering: B 1
275
Handeling: Het beperken van het aantal douanekantoren dat voor de vervulling van de uitvoerformaliteiten voor cultuurgoederen is bevoegd
Periode: 1993–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3911/92 (PbEG L 395): art. 5 lid 1
Product: Beschikking
Waardering: V 10 jaar
276
Handeling: Het mededelen aan de Europese Commissie welke de douanekantoren bevoegd zijn voor de vervulling van de uitvoerformaliteiten voor cultuurgoederen
Periode: 1993–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3911/92 (PbEG L 395): art. 5 lid 2
Product: Brief
Opmerking: De Europese Commissie maakt bekend welke de douanekantoren bevoegd zijn voor de vervulling van de uitvoerformaliteiten voor cultuurgoederen bekend in de C-reeks van het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Waardering: V 10 jaar
277
Handeling: Het nemen van maatregelen om in wederzijdse betrekkingen tussen de Lidstaten van de EU te zorgen voor samenwerking tussen de douaneautoriteiten en de bevoegde autoriteiten
Periode: 1993–
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3911/92 (PbEG L 395): art. 6
Product: Besluit, beschikking
Opmerking: De bevoegde autoriteiten zijn de in art. 4 van Richtlijn 93/7/EEG (PbEG L 74) bedoelde bevoegde autoriteiten.
Waardering: B 5
- Regeling
- Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Cultuurbeheer over de periode 1945–2000 (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
- Soort
- Archiefselectielijst
- Geldend vanaf
- 30-10-2004
- BWB-id
- BWBR0016822
- Versie
- 2004-10-30_0