wetzoeker

Regeling aanwijzing ambtenaren van politie en functionarissen t.b.v. uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken

Regeling van de Minister van Justitie van 3 juni 2004, nr. 5287706/504, houdende aanwijzing van ambtenaren van politie en functionarissen ten behoeve van uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
09-04-2020
Afkortingen
Raa v. pol en f.
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0016804
Versie
2020-04-09_0
SHA-256 bron
5202d79197c0b07b9f53ba8d65dbe034c2a9a6570c4314fa57898bbdd9439f21

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Voor de uitvoering van opdrachten of werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 36d, eerste lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvordering worden aangewezen:

a. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012;

b. ambtenaren, werkzaam bij de gerechten en genoemd in artikel 14, tweede lid, en artikel 145, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;

c. ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie;

d. ambtenaren, werkzaam bij de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke opsporingsbevoegdheid bezitten;

e. ambtenaren, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;

f. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;

g. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;

h. ambtenaren, werkzaam in een penitentiaire inrichting;

i. ambtenaren, werkzaam in een rijksinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

j. functionarissen, werkzaam in een particuliere jeugdinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

k. functionarissen, werkzaam in een niet-justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;

l. functionarissen, werkzaam in een rijksinrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;

m. functionarissen werkzaam in een particuliere justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;

n. functionarissen, die door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden worden belast met de invordering van geldboeten en administratieve sancties;

o. ambtenaren en functionarissen, werkzaam bij de interdepartementale post- en koeriersdienst;

p. ambtenaren van de Koninklijke marechaussee welke opsporingsbevoegdheid bezitten.

Artikel 2

Deze regeling berust mede op artikel 36d, derde lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 mei 2004.