wetzoeker

3.1. Geschiedenis wetgeving en filmbeleid: Vaststellingsregeling Selectielijst neerslag handelingen Stichting Nederlands Fonds voor de Film op het beleidsterrein Kunsten over de periode vanaf 1956

De situatie van de Nederlandse speelfilm was in de jaren na de oorlog niet echt rooskleurig. De eerste jaren was de financiering een geheel particuliere aangelegenheid. In 1947 werd voor het eerst een aanzet gegeven tot het ontwikkelen van een filmbeleid door het reserveren van een bedrag in de begroting van het toenmalige ministerie van OK&W. Maar ook dit bood blijkbaar weinig stimulans want tot 1957 werden er slechts 9 films geproduceerd.

Om hierin verbetering aan te brengen overlegde het Ministerie van OK&W met de NBB. Dit leidde in 1956 tot de oprichting van het PNF. Dit overleg kreeg een permanent karakter door de gezamenlijke instelling van een Overlegorgaan waarbinnen de Raad voor de Kunst, namens de minister, en het PNF overlegden t.b.v. het verkrijgen van een optimale afstemming over de besteding van gelden. De geldmiddelen bestonden hoofdzakelijk uit bijdragen van het Ministerie van OK&W en de NBB. In 1976 adviseerde de Raad voor de Kunst deze twee geldstromen (begrotingspost 1947 en Rijksbijdragen PNF) samen te voegen tot één nieuw fonds. Dit advies werd later uitgewerkt en bijgesteld en in 1979 uitgebracht onder de titel ‘Plan Filmcentrum’. Daarin adviseert de Raad alle geledingen van de Nederlandse film onder te brengen in één samenwerkingsorgaan. Dit gaf veel bezwaren vanuit filmkringen. In 1981 kwam de Raad met een herzien advies om, naast het PNF, een nieuw fonds op te richten. Dit werd het FNF. Het FNF verving het begrotingsartikel ‘Korte kunstzinnige en culturele films’ van 1947.

De wettelijke basis voor de oprichting van het FNF was de in 1981 vastgestelde Fondsenwet Scheppende Kunsten (Stb. 1981, nr. 355). Op grond van de artikelen 2 en 3 van deze wet werd het voor de minister mogelijk om bepaalde taken m.b.t. de uitvoering van het kunstenbeleid over te dragen aan min of meer zelfstandige fondsen. De uitvoering van het filmbeleid werd opgedragen aan het FNF d.m.v. het Besluit ‘Fonds voor de Nederlandse Film’ (Stb. 1983, nr. 558). Bij dit besluit, dat ook de ontwerpstatuten van het FNF omvatte, werd de minister gemachtigd om over te gaan tot oprichting van het FNF.

Omdat tussen het PNF en het FNF de verschillen steeds kleiner werden, waardoor allerlei overlappingen voorkwamen, fuseerden in 1993 het PNF en het FNF tot het NFF.

De invoering van het ‘fondsenmodel’ heeft de volgende effecten gehad:

– de uitvoering van het beleid vindt sneller en slagvaardiger plaats;

– organisaties van belanghebbenden worden bij de uitvoering betrokken en krijgen;

– daarin een eigen verantwoordelijkheid;

– de overheid kan op afstand sturen en wordt ontlast van de eindverantwoordelijkheid;

– voor beslissingen die in feite van artistieke aard zijn;

– de professionaliteit wordt bevorderd.

Regeling
Vaststellingsregeling Selectielijst neerslag handelingen Stichting Nederlands Fonds voor de Film op het beleidsterrein Kunsten over de periode vanaf 1956
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
27-06-2004
BWB-id
BWBR0016772
Versie
2004-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl