wetzoeker

Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel

Wet van 13 mei 2004 tot aanpassing van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, het Wetboek van Strafrecht en de Wet op de economische delicten ter uitvoering van richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PbEG L 178) (Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel)

Soort
Wet
Geldend vanaf
04-02-2025
Afkortingen
AW reh
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0016726
Versie
2025-02-04_0
SHA-256 bron
7ae30861ecb96dd5f22df5ae9e31af7adc186879564bbf4f8509eded018446c5

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek.

Artikel II

Wijzigt het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Artikel III

Wijzigt het Wetboek van Strafrecht.

Artikel IV

Wijzigt de Wet op de economische delicten.

Artikel V

1 Diensten van de informatiemaatschappij als bedoeld in artikel 15d, derde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, voldoen aan de daarvoor in de lidstaat van de Europese Unie van vestiging van de dienstverlener geldende bepalingen die vallen binnen het gecoördineerd gebied als bedoeld in Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 8 juni 2000, betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt.

2 In het bijzonder is een in Nederland gevestigde verlener van diensten als bedoeld in lid 1 tegenover een afnemer, gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gebonden aan de artikelen 15d en 15e van Boek 3 alsmede de artikelen 227b en 227c van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder lidstaat van de Europese Unie mede verstaan een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4 Het eerste lid is niet van toepassing op de gebieden vermeld in de bijlage bij Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Gemeenschappen van 8 juni 2000, betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt.

5 In afwijking van het eerste lid kunnen maatregelen worden genomen ten aanzien van een bepaalde dienst van de informatiemaatschappij, indien:

a. de maatregelen noodzakelijk zijn in verband met:

– de openbare orde, in het bijzonder de preventie van, het onderzoek naar, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten, waaronder begrepen de bescherming van minderjarigen en de bestrijding van het aanzetten tot haat wegens ras, geslacht, godsdienst of nationaliteit en van schendingen van de menselijke waardigheid ten aanzien van individuen,

– de bescherming van de volksgezondheid,

– de openbare veiligheid, met inbegrip van het waarborgen van de nationale veiligheid en defensie,

– de bescherming van consumenten, met inbegrip van beleggers;

b. de maatregelen niet verder gaan dan nodig is om aantasting van de onder a genoemde belangen op te heffen of een ernstig gevaar daarvoor af te wenden;

c. de lidstaat waar de verlener van de desbetreffende dienst is gevestigd tevoren is verzocht maatregelen te nemen, maar deze niet of in onvoldoende mate zijn genomen, alsmede de Europese Commissie en deze lidstaat tevoren in kennis zijn gesteld van het voornemen de maatregelen te nemen.

6 In gevallen waarin in verband met de in het vijfde lid, onder a, genoemde belangen onverwijld moet worden opgetreden, kan worden afgeweken van het vijfde lid, onder c. In dat geval worden de Europese Commissie en de desbetreffende lidstaat onverwijld in kennis gesteld van de genomen maatregelen en van de redenen waarom van het vijfde lid, onder c, is afgeweken.

Artikel VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel VII

Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet richtlijn inzake elektronische handel.