wetzoeker

Artikel 3.11 Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen

Eindgebruikersbelangen

1 Wanneer een consument die met een aanbieder van een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst een overeenkomst is aangegaan tot het afnemen van die communicatiedienst bij die aanbieder een klacht als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, heeft ingediend en de aanbieder de klacht afwijst, informeert de aanbieder die consument gelijktijdig met het afwijzen van deze klacht schriftelijk of door een andere aan die consument ter beschikking staande duurzame gegevensdrager dat die consument een geschil met betrekking tot deze klacht binnen een maand na de datum van het afwijzen van de klacht aanhangig kan maken bij een geschillencommissie als bedoeld in artikel 12.1, eerste lid, van de wet.

2 Indien een consument die met een aanbieder van een voor het publiek beschikbare nummergebaseerde interpersoonlijke communicatiedienst een overeenkomst is aangegaan tot het afnemen van de communicatiedienst het geschil, bedoeld in het eerste lid, binnen de daarvoor gestelde termijn, aanhangig heeft gemaakt bij een geschillencommissie als bedoeld in artikel 12.1, eerste lid, van de wet, kan die aanbieder de levering van de communicatiedienst aan die consument uitsluitend opschorten of beëindigen op grond van het feit dat de consument het in geschil zijnde bedrag dat de aanbieder aan hem in rekening heeft gebracht voor een Premium SMS-dienst niet betaalt, indien de geschillencommissie daartoe heeft beslist.

Regeling
Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen
Afkortingen
Rude
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-10-2023
BWB-id
BWBR0016709
Versie
2023-10-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl