wetzoeker

Beleidsregel koel- en vriesinstallatie aan boord van vissersvaartuigen met een koudemiddel inhoud van meer dan 3 kg

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
13-05-2004
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0016689
Versie
2004-05-13_0
SHA-256 bron
7daceef336789f8efd885f66c57a712c1334207a8da93422920cbab502fc1d7d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

Deze beleidsregel is van toepassing op vissersvaartuigen die zijn geregistreerd in het register, bedoeld in artikel 4 van het Besluit registratie vissersvaartuigen.

Artikel 2

Aan het gestelde in artikel 4.15, lid 1, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 wordt voldaan, indien:

a. de installatie is ontworpen en geconstrueerd in overeenstemming met de regels van een erkend klassenbureau;

b. in aanvulling op het gestelde onder a een risico analyse is uitgevoerd;

c. voor de geklasseerde vissersvaartuigen is voorzien in een klasse notatie.

Artikel 3

1 De schipper draagt zorg voor het periodiek doen uitvoeren van de noodzakelijke controles en onderhoudswerkzaamheden.

2 De schipper ziet er op toe dat het verlies van koudemiddel zo veel mogelijk wordt voorkomen.

3 Een installatie waaruit door lekkage of ander defect koudemiddel is ontsnapt wordt pas bijgevuld met koudemiddel als de lekkage of het defect is verholpen.

4 Lekkage van koudemiddelen en andere defecten dienen zo spoedig mogelijk te worden verholpen.

Artikel 4

Voor controle van de goede werking van de installatie gelden de volgende maatregelen:

1 Controle en lekdetectie

a. controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per 12 maanden bij installaties met een inhoud van 3 kilogram koudemiddelinhoud of meer;

b. controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per 3 maanden bij installaties met een inhoud van 30 kilogram koudemiddelinhoud of meer;

c. controle op correct functioneren en lekkage ten minste 1 keer per maand bij installaties met een inhoud van 300 kilogram koudemiddelinhoud of meer;

d. elke ruimte waarin een installatie met een koudemiddelinhoud van 1000 kilogram of meer is ondergebracht, is voorzien van permanent werkende detectieapparatuur;

e. in elke visverwerkingruimte waar als gevolg van lekkage van het toegepaste koudemiddel de MAC-waarde kan worden overschreden is permanent werkende detectieapparatuur aanwezig.

2 De schipper is in staat op verzoek informatie te verschaffen over de staat van onderhoud van de koel- en vriesinstallatie.

3 De controles en reparaties worden uitgevoerd door een ter zake kundig persoon.

Artikel 5

Onder een ter zake kundig persoon, als genoemd in artikel4, lid 3, wordt verstaan:

a. een gediplomeerde monteur;

b. een bemanningslid met een werktuigkundige bevoegdheid krachtens de Zeevaartbemanningswet.