wetzoeker

Artikel 8 Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2004/2005

Grondslag en hoogte

1 Degene die zonder tussenkomst van een veiling bloembollen-leverbaar verkoopt of heeft verkocht aan handelskaarthouders, is aan het productschap een heffing verschuldigd over iedere transactie.

2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, bedraagt: 2,1% van het factuurbedrag.

3 De in het eerste lid bedoelde heffing dient door de verkoper te worden betaald aan de desbetreffende handelskaarthouder, die daartoe namens het productschap het betrokken heffingsbedrag inhoudt op de aan de verkoper toekomende koopsom en de aldus geïncasseerde heffing, tegelijk met inzending van het aangifteformulier aan het productschap overmaakt; door deze betaling voldoet de verkoper aan de heffingsplicht, bedoeld in het eerste lid.

4 Het derde lid laat onverlet de bevoegdheid van het productschap om in voorkomende gevallen zelf tot oplegging en invordering van de ingevolge het eerste lid verschuldigde heffing over te gaan.

5 Het bestuur van het productschap stelt vast, na advies van de Normen en prijzencommissie, indien daartoe termen aanwezig zijn, dat bij de toepassing van het eerste lid als factuurbedrag worden aangemerkt de marktwaarde van de desbetreffende bloembollen-leverbaar op het tijdstip van verkoop.

Regeling
Verordening PT vakheffing bloembollen leverbaar oogstjaar 2004/2005
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-06-2004
BWB-id
BWBR0016680
Versie
2004-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl