wetzoeker

Hoofdstuk 3: Actoren (deel 1) Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit, sector Onderwijs en Wetenschappen over de periode 1945–2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

De arbeidsvoorwaarden voor de sector onderwijs en wetenschappen komen tot stand in een omvangrijk besluitvormingsproces. Dit proces speelt zich af op verschillende niveaus waarbij een groot aantal actoren is betrokken. Belangrijke actoren zijn het kabinet, het parlement en de organisaties van werkgevers en werknemers. De actoren komen elkaar in verschillende rollen en aan verscheidene onderhandelingstafels tegen.

Kabinet

In het kabinet wordt jaarlijks in het kader van de begrotingsonderhandelingen de arbeidsvoorwaardenruimte vastgesteld. Daarnaast komt ook een veelheid van meer specifieke zaken rond arbeidsvoorwaarden in het kabinet aan de orde. Overleg over de arbeidsvoorwaarden vindt met name in de Raad voor de Rijksdienst (RRDIA) plaats (onderraad van de MR). Van deze actor zijn geen handelingen opgenomen.

De minister van Onderwijs (1945–)

De minister van Onderwijs speelt de hoofdrol op het terrein van de arbeidsvoorwaarden voor het personeel in de sector onderwijs en wetenschappen. De minister vertegenwoordigt het Kabinet naar werkgevers en werknemers in het onderwijsveld, zorgt voor de bekostiging van het onderwijs en stelt wet- en regelgeving op.

De minister van Landbouw (1945–)

De minister van Landbouw speelt de hoofdrol op het terrein van de arbeidsvoorwaarden voor het onderwijzend en wetenschappelijk personeel in de sector landbouw en natuurlijke omgeving. De minister vertegenwoordigt het Kabinet naar werkgevers en werknemers in het landbouwonderwijs, zorgt voor de bekostiging van het landbouwonderwijs en stelt wet- en regelgeving op.

De minister van Binnenlandse Zaken (1945–)

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is coördinerend bewindspersoon voor het arbeidsvoorwaardenbeleid bij de rijksoverheid. Vanaf 1993 vindt het overleg over de arbeidsvoorwaarden van het rijkspersoneel plaats in acht sectoren. Over een beperkt aantal onderwerpen, waaronder pensioenen, wordt door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nog steeds centraal overlegd in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.

Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen

Het overleg tussen de Staten-Generaal en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen vindt voornamelijk plaats in de Vaste Commissie voor Onderwijs en Wetenschappen.

Adviescommissie Overheidspersoneelsbeleid (AOP)

De Adviescommissie Overheidspersoneelsbeleid is het ambtelijke voorportaal van de Raad voor de Rijksdienst (RRDIA) en heeft als taak het al dan niet op diens verzoek adviseren van de minister van BZK over maatregelen die betrekking hebben op het overheidspersoneel.

Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) (1992–)

Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid in eind 1992 ingesteld bij een overeenkomst tussen de ministers van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Defensie, van Justitie, en het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en de Unie van Waterschappen. Het verbond heeft tot taak het arbeidsvoorwaardenbeleid in de verschillende sectoren op hoofdlijnen op elkaar af te stemmen, de gezamenlijke inbreng van de sectorwerkgevers ten behoeve van kabinetsbeslissingen voor te bereiden, alsook te fungeren als centraal coördinatiepunt voor de verzameling en verwerking van noodzakelijk geachte gegevens inzake arbeidsvoorwaarden, inkomen, werkgelegenheid en arbeidsmarkt bij de overheid. Het secretariaat van het VSO wordt gevoerd door de directie Arbeidszaken overheid, onderdeel van het Directoraat-generaal voor Management en Personeelsbeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Het VSO fungeert als centraal werkgeversplatform voor de overheidssectoren. Het VSO heeft een bestuurlijke en een ambtelijke geleding. Het bestuurlijk VSO, voorgezeten door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken adviseert het kabinet over de strategische hoofdlijnen voor het arbeidsvoorwaardenbeleid. De dagelijkse coördinatie berust bij het ambtelijk VSO. Voor de feitelijke voorbereiding en uitwerking van het beleid is een aantal werkgroepen ingesteld, die aan het ambtelijk VSO rapporteren. Het VSO is vertegenwoordigd in een aantal paritaire bestuursorganen als ROP en ABP.

De Centrale Commissie Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken (CGOA),(1945–1995)

De Centrale Commissie Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken is ingesteld bij Wet van 20 december 1919 (Stb.1919/819). In de CGOA werd overleg gepleegd tussen de Centrale Commissie, waarin vertegenwoordigers van de centrales van overheidspersoneel zitting hadden, en de minister van Binnenlandse Zaken. In artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement was vastgelegd dat over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren niet werd beslist, dan nadat door de minister van Binnenlandse Zaken daarover met de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken overleg was gepleegd.

De Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken bestond uit vertegenwoordigers van: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel; de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel; het Ambtenarencentrum; de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen; en vertegenwoordigers van andere tot het overleg toegelaten verenigingen van ambtenaren.

De CGOA is in 1995 vervangen door de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, als gevolg van de invoering van het sectorenmodel.

Commissie Centraal Onderwijs Overleg (CCOO) (1977–1995)

De Commissie Centraal Onderwijs Overleg werd in 1977 ingesteld door minister Van Veen. Gedurende de eerste twee jaar van haar bestaan heette de commissie: Centraal Onderwijsoverleg (COO), en bestond ze uit een Centrale Overlegraad (COR) en 5 sectorraden. In 1979 werd de instellingsbeschikking gewijzigd. Bij deze wijziging kreeg de commissie de naam Commissie Centraal Onderwijs Overleg, en werden de sectorraden opgeheven.

Tijdens haar ruim twintig jarig bestaan was de Commissie Centraal Onderwijs Overleg het belangrijkste overlegorgaan in het primair en het voortgezet onderwijs. De CCOO had als doelstellingen het voeren van overleg, met name over voorgelegde problemen in het kleuter, lager en voortgezet onderwijs, en zo mogelijk tot een gemeenschappelijk standpunt te komen over de problemen en de eventuele verschillen in opvattingen te signaleren. Aan het overleg in de CCOO namen vier landelijke overkoepelende organisaties deel: de Nederlandse Algemene Bijzondere Schoolraad (NABS), het Contactcentrum Bevordering Openbaar Onderwijs (CBO-VNG), de Stichting Nederlandse Protestants-Christelijke Schoolraad (NPCS), en de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR). Met de ingrijpende wijziging van het overlegstelsel in 1995 is de CCOO opgegaan in het Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs (OPVO).

Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs (OPVO) (1995–)

In 1995 werd het Onderwijsoverleg Primair en Voortgezet Onderwijs ingesteld als opvolger van het Overlegorgaan voor het Voortgezet Onderwijs (OOVO) en de Commissie Centraal Onderwijs Overleg. De OPVO kent geledingen voor schoolbesturen, ouder, onderwijzend personeel, schoolleiders, en leerlingen. Enkele tientallen organisaties treden via dit orgaan in overleg met de centrale overheid over beleidsvoorstellen die het primaire en voortgezet onderwijs betreffen.

Bijzondere Commissie Onderwijspersoneel ([1975]–1992)

Artikel 113 van het ARAR geeft elke minister de mogelijkheid (indien het aantal ambtenaren werkzaam bij het ministerie en/of bij een of meer daaronder ressorterende diensten, bedrijven of instellingen dit wettigt) te bepalen, dat over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van die ambtenaren inclusief het personeelsbeleid, niet wordt beslist, dan nadat daarover overleg is gepleegd met een Bijzondere Commissie. In de periode voor 1975 had de minister van Onderwijs een aantal Bijzondere Commissies ingesteld, voor verscheidene onderwijssectoren.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit, sector Onderwijs en Wetenschappen over de periode 1945–2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
11-07-2004
BWB-id
BWBR0016678
Versie
2004-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl