wetzoeker

2.1 Taken en beleidsterreinen Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit, sector Onderwijs en Wetenschappen over de periode 1945–2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)

Bij K.B. van 25 september 1918 (Stb.1918/551) werd het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ingesteld. De naam van het departement werd bij K.B. van 14 april 1965 (Stb.1965/146) gewijzigd in Onderwijs en Wetenschappen, en laatstelijk in Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCenW) bij K.B. van 22 augustus 1994.

In deze sector zijn de voornaamste taken van dit departement de zorg voor het openbaar onderwijs, het waarborgen van de vrijheden van stichting, richting en inrichting van het bijzonder onderwijs, de zorg voor de structurering, de bekostiging naar gelijke maatstaf, het toezicht, het examineren en de studiefinanciering. Het departement bevordert ook de vernieuwing van het onderwijs. De minister is tevens belast met de coördinatie van het wetenschapsbeleid. Het toezicht op het onderwijs wordt door verschillende onderwijswetten opgedragen aan de minister van Onderwijs en werd tot het eind van de jaren negentig onder zijn gezag uitgeoefend door de Inspectie van het onderwijs. Inmiddels is de Onderwijsinspectie verzelfstandigd.

Een belangrijk aspect van het onderwijsbeleid is het stellen van kwalitatieve en kwantitatieve eisen aan het onderwijs bij scholen en instellingen. Dit gebeurt enerzijds door het treffen van regelingen voor de toedeling van middelen, en anderzijds door het stellen van voorwaarden waaraan de scholen en instellingen moeten voldoen.

Hoewel het onderwijzend personeel formeel in dienst is van het bevoegd gezag (meestal het bestuur) van de onderwijsinstellingen, komt de subsidiëring van de salarissen van het onderwijspersoneel ten laste van de begroting van de minister van onderwijs. De minister is dus geen ‘werkgever’ van het onderwijspersoneel, maar staat wel in een zekere verantwoordelijkheidsrelatie ten opzichte van het onderwijzend personeel. Voor het waarborgen van de aanwezigheid van goed en gekwalificeerd personeel zet het ministerie met name beleidsinstrumenten in de sfeer van de arbeidsvoorwaarden in.

Bij het arbeidsvoorwaardenbeleid hebben de verschillende partijen hun eigen verantwoordelijkheden. Vanuit haar verantwoordelijkheid voor de omvang en kwaliteit van de personeelsvoorziening heeft de overheid een belangrijke taak in het goed laten functioneren van het stelsel waarbinnen de arbeidsvoorwaarden tot stand komen. Daarnaast dragen de sociale partners (de besturenorganisaties in het onderwijs samen met de vakcentrales en de minister van Onderwijs) – afhankelijk van de onderwijssector in kwestie – een eigen verantwoordelijkheid bij de vormgeving van de arbeidsvoorwaarden, waarover in decentrale CAO’s eventueel afspraken kunnen worden vastgelegd. Binnen het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomsten zijn schoolbesturen en schoolleiders verantwoordelijk voor het arbeidsvoorwaarden- en personeelsbeleid op het niveau van de instellingen.

Het beleidsterrein ‘Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit’ omvat binnen het Ministerie van OCenW het beleid voor de arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid van het personeel in onderwijs en onderzoek, alsmede de beroepskwaliteit van de leraar.

Het gaat hierbij om het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van:

– Het algemeen geldend arbeidsvoorwaarden- en werkgelegenheidsbeleid ten behoeve van personeel in het onderwijs.

– Het algemene beleid ten aanzien van het leraarschap en de kwaliteit van het personeel.

Daarnaast omvat het tevens het scheppen van randvoorwaarden voor en het vormgeven van een optimale personeelsvoorziening in de sector onderwijs, cultuur en wetenschappen.

Regeling
Vaststellingsbesluit selectielijst neerslag handelingen op het beleidsterrein Arbeidsvoorwaarden en beroepskwaliteit, sector Onderwijs en Wetenschappen over de periode 1945–2000 (Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap)
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
11-07-2004
BWB-id
BWBR0016678
Versie
2004-07-11_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl