wetzoeker

2. Het beleidsterrein kort samengevat (deel 1) Vaststellingsregeling selectielijst handelingen beleidsterrein Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen over de periode 1964–2000, OCW

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (Stb. 1963, nr. 228) kwam tot stand naar aanleiding van een aantal Benelux-verdragen. Op 7 januari 1955 werd te Brussel een verdrag ondertekend (Trb. 1955, nr. 16), een jaar later gevolgd door een aanvullende overeenkomst (Trb. 1956, nr. 75). Hoewel deze verdragen niet bekrachtigd werden, voldeed de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen wel aan de verdragseisen.

In 1966 werden de verdragen vervangen door een nieuw verdrag, de zogenaamde Benelux-overeenkomst (Trb. 1966, nr. 178) dat wel door Nederland, België en Luxemburg bekrachtigd werd. De bepalingen van dit verdrag traden in werking op 1 juni 1976. Bij de wet van 22 december 1966 (Stb. 1966, nr. 559) werd de Nederlandse Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen aan dit verdrag aangepast.

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen trad getrapt in werking. Het Koninklijk besluit van 23 juni 1964 (Stb. 1964, nr. 202) bepaalde dat de artikelen 1, 28, 34 en 38 in werking traden per 1 juli 1964; de artikelen 18 tot en met 20 per 1 augustus 1964, artikel 29 per 1 oktober 1964 en de rest van de artikelen per 1 januari 1965.

De kern van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is de verzekeringsplicht die opgelegd wordt aan de kentekenhouder en de bezitter van een motorrijtuig. Deze verzekering moet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekken waartoe het motorrijtuig aanleiding kan geven.

1 Voor schade veroorzaakt door Navo-motorrijtuigen bestaat overigens een aparte wet: de Wet Vergoeding van door Navo-motorrijtuigen veroorzaakte schade (Stb. 731/1968) Deze wet wordt behandeld in het PIVOT-rapport Te land, ter zee en in de lucht; een institutioneel onderzoek naar taken en handelingen op het beleidsterrein operatien van het Ministerie van Defensie en voorgangers, 1945–1993, in voorbereiding.

Niet nakoming van deze verzekeringsplicht is strafbaar.

In de wet worden vele uiteenlopende zaken geregeld die met de verzekeringsplicht samenhangen. Zo bepaalt de wet het minimumbedrag waarvoor de verzekering moet worden gesloten en voor welke landen de verzekering geldig moet zijn. Maar ook regelt de wet de registratie van de verzekeringsbewijzen en het verhaalsrecht van verzekeraar en benadeelde.

De wet bepaalt dat de verzekering moet worden gesloten bij een voor de uitvoering van de wet toegelaten verzekeraar. Tot 1986 werd deze toelating (waaronder ook het toezicht op een verzekeraar verstaan wordt) geregeld via artikel 28 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen. Artikel 29 voorzag in een beroepsprocedure voor deze verzekeraars. In 1986 werden toelating en beroepsprocedure voor de WAM-verzekeraars overgeheveld naar de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf.

2 Voor handelingen met betrekking tot deze WAM-verzekeraars zie: Toezicht verzekerd.

De Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen heeft alleen betrekking op Nederlandse motorrijtuigen. Voor schade veroorzaakt door motorrijtuigen die in het buitenland verzekerd zijn bestaat een aparte regeling. Dit is geen overheidsregeling, maar een systeem gebaseerd op onderlinge afspraken van verzekeraars. Deze samenwerking vloeit voort uit VN-aanbeveling (no. 5) van 25 januari 1949 van de subcommissie van het wegvervoer van het comité voor Binnenlands Vervoer van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties.

3 Een verwijzing naar deze aanbeveling is opgenomen in Richtlijn 72/166/EEG (Pb EG L 103/1972), artikel 1.3.

In ieder land dat deelneemt aan de regeling zijn nationale Bureaus opgericht. Deze Bureaus reiken de zogenaamde ‘groene kaart’ uit aan de bij hen aangesloten verzekeringsmaatschappijen.

4 Ook het Bureau schadeafwikkeling geeft deze groene kaarten af.

Deze verzekeraars geven de groene kaart weer af wanneer iemand een verzekering met buitenlanddekking bij hen afsluit. Voor de verzekeringnemer werkt de kaart als een verzekeringsbewijs: hij kan met deze kaart in alle landen die op de kaart vermeld staan, aantonen dat hij verzekerd is volgens de in dat land geldende regels. Vandaar ook de officiële naam van de kaart: Internationaal Motorrijtuigenverzekeringsbewijs. De kaart machtigt het Bureau van het bezochte land om aldaar ontstane claims af te wikkelen. Tussen de Bureaus bestaat een overeenkomst waardoor betalingen gedaan door een ‘buitenlands’ Bureau, terugbetaald zullen worden door het nationale Bureau van de verzekeraar die het document afgaf. Op hun beurt zijn de verzekeraars verplicht om deze bedragen aan hun nationale Bureau terug te betalen.

5 Haverkorn (1989) p. 97.

In de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen zijn een aantal voorzieningen opgenomen die direct te maken hebben met dit systeem, meer specifiek met de plichten en bevoegdheden van het Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars. In 1964 werd deze beroepsorganisatie van motorrijtuigverzekeraars door de Minister van Financiën erkend als het Nederlandse nationale Bureau. Sinds 1967 zijn alle Nederlandse WAM-verzekeraars verplicht lid van dit bureau. Op grond van artikel 6 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen is het Bureau verplicht schade in Nederland veroorzaakt door buitenlandse motorrijtuigen te vergoeden. Artikel 3.3 kent het Bureau recht van verhaal toe wanneer een Nederlandse schadeveroorzaker niet aan zijn verzekeringsplicht voldaan heeft.

Een belangrijke voorziening in de wet betreft de mogelijkheid van subsidiair verhaal op een fonds. Dit is het Waarborgfonds Motorverkeer. Tot 1989 viel dit Fonds in beheersmatig opzicht onder het Ministerie van Financiën. Het Fonds werd tot stichting verzelfstandigd per 1 juni 1989.

6 Wet van 3 mei 1989 (Stb. 152), houdende regelen met betrekking tot de privatisering van het Waarborgfonds Motorverkeer. Bij KB van 17 mei 1989 (Stb. 174) inwerking getreden op 1 juni 1989.

Benadeelden kunnen een beroep doen op het Waarborgfonds Motorverkeer wanneer:

1. het schade veroorzakende motorrijtuig onbekend is gebleven

2. onverzekerd blijkt te zijn

3. gestolen is

4. verzekerd is maar de verzekeraar niet tot betaling in staat is

5. niet verzekerd is omdat de bezitter op grond van gewetensbezwaren van de verzekeringsplicht is vrijgesteld.

Ook het Nederlandse Bureau der Motorrijtuigverzekeraars mag schade verhalen op het Waarborgfonds Motorverkeer wanneer de onverzekerde een erkend gemoedsbezwaarde is.

7 Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, artikel 25.2.

Het Fonds wordt gefinancierd door jaarlijkse bijdragen van de WAM-verzekeraars en de Staat. Deze bijdrage wordt voor de Staat vastgesteld op basis van het aantal motorrijtuigen dat zij bezit; voor de verzekeraars telt het aantal motorrijtuigen dat door hen verzekerd wordt. Daarnaast ontvangt het Fonds de bedragen die door gemoedsbezwaarden worden betaald voor het verkrijgen van een vrijstelling. Deze laatste bijdragen worden als Fonds Middelen Gemoedsbezwaarden apart geadministreerd.

Tot 1989 waarborgde de Staat de verplichtingen van het Fonds. Sindsdien staan de verzekeraars en de Staat gezamenlijk garant, ieder naar verhouding van het aantal motorrijtuigen waarvoor zij aansprakelijk zijn.

8 Rapport Privatisering Waarborgfonds Motorverkeer, p. 11; Schuurman & Jordens, nr. 156, artikel 24 a1.

De wet kent twee gevallen van vrijstelling van de verzekeringsplicht. In het eerste geval gaat het om gemoedsbezwaarden. Dit zijn mensen die op religieuze gronden gewetensbezwaren hebben tegen verzekeringen. De wet staat hen, tegen betaling van vergoeding, vrijstelling van de verzekeringsplicht toe. Benadeelden kunnen in geval van schade een beroep doen op het Waarborgfonds Motorverkeer.

In het tweede geval gaat het om de Staat zelf. Voor de Staat is het standaardbeleid zich niet te verzekeren.

9 Lijst Bureau Schadeafwikkeling (Den Haag 1990), p. 2.

Bestuurders van een motorrijtuig in bezit van de Staat krijgen dan ook een vrijstellingsbewijs.

Regeling
Vaststellingsregeling selectielijst handelingen beleidsterrein Aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen over de periode 1964–2000, OCW
Soort
Archiefselectielijst
Geldend vanaf
06-06-2004
BWB-id
BWBR0016551
Versie
2004-06-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl