Toetsingseisen Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
Naast bovengenoemde eisen gesteld aan het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 (zie onderdeel II), welke de accountant dient te toetsen, wordt onderstaand de eisen beschreven waaraan de op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 verantwoorde aantallen ultimo 2004 moeten voldoen.
De eisen waaraan de op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 opgegeven aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen ultimo 2004 moeten voldoen (aan alle onderstaande eisen moet zijn voldaan):
1. vaststellen dat de aantallen verantwoord bij BSO en HDO voldoen aan artikel 1 lid d en e (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.1) én
2. vaststellen dat de aantallen bij de juiste meetmomenten (standen) zijn verantwoord cf. artikel 2, lid 1, 2, 3, 6, 9 en 10 (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.2) én
3. vaststellen dat de aantallen bij de juiste urencriteria zijn verantwoord cf. artikel 2 lid 7, 8 en 11 en artikel 1 lid j (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.3) én
4. vaststellen dat de in exploitatie zijnde opvangplaats en koppeling rechtmatig is. Dit houdt in:
a. de capaciteit van de opvangplaatsen en koppelingen dient vastgesteld te worden, cf. artikel 1 lid j (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.4) én
b. vastgesteld dient te worden dat de opvangplaatsen in exploitatie zijn, cf. artikel 2 lid 3 en 5 (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.4) én
c. vastgesteld dient te worden dat de gemeente een financiële relatie heeft met de kindercentra waar in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen betrekking op hebben, cf. artikel 1 lid f, g, h (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.5) én
d. in geval van koppelingen dient vastgesteld te worden dat er schriftelijke overeenkomsten met ouder(s), pleeg- of stiefouder(s) zijn, cf. artikel 1 lid i (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.6) én
e. in geval van in exploitatie zijnde opvangplaatsen in andere gemeenten dient vastgesteld te worden dat schriftelijke afstemming met de betreffende gemeenten heeft plaatsgevonden en dat de opvangplaatsen maar bij één gemeente worden verantwoord (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.7).
Indien, bij gebrek aan vergunningen, afgegaan wordt op gegevens uit de jaarrekening van de betreffende kinderopvanginstelling, dient de accountant via eigen werkzaamheden de betrouwbaarheid van de gegevens te beoordelen, bijv. d.m.v. een review bij de accountant van de betreffende kinderopvanginstelling of door eigen onderzoek. Indien een review wordt uitgevoerd gelden de voorschriften uit de Richtlijn Accountantscontrole (nr. 600). De omvang van de reviews en eigen onderzoek is afhankelijk van de materialiteit van de op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 verantwoorde aantallen ten opzichte van het totaal. Indien de aantallen op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 materieel ontleend zijn aan jaarrekeningen van de kindercentra dient een review plaats te vinden. Indien er sprake is van vele kleine kindercentra dan dienen ook reviews te worden uitgevoerd.
Van de accountant mag worden verwacht dat aan de van belang zijnde aspecten zodanige aandacht wordt gegeven dat er voldoende werkzaamheden zijn verricht om een oordeel te geven over de volledigheid, juistheid, tijdigheid en rechtmatigheid van de betreffende opgaven. Er dient in het dossier van de accountant op heldere wijze inzicht te worden gegeven omtrent de door de accountant uitgevoerde werkzaamheden en de wijze waarop de accountant tot het oordeel is gekomen.
Heringedeelde gemeenten in 2004 (Westland, Midden-Delfland en Geldrop-Mierlo) dienen één verantwoording en een accountantsverklaring in voor de nieuwe gemeente. De aantallen opvangplaatsen bij onderdeel A ‘Maximaal te realiseren groei in 2004’ (code 101) en bij onderdeel B ‘Stand per 31-12-2003’ (code 201-208) dienen overeenkomen met het totaal van de aantallen vermeld in de afzonderlijke vaststellingsbeschikkingen Rkb 1996–2003 van de ‘oude’ gemeenten (die in 2003 niet meer bestaan).
Uiteraard moet alleen een accountantsverklaring worden ingediend als het verleende voorschot over 2004 groter is dan € 125.000. Bij overschrijding van de goedkeuringstoleranties dient ook een rapport van bevindingen te worden ingediend.
In hoofdstuk 5 van de toelichting (bijlage 1b) bij het verantwoordingsformulier van de Rkb zijn de aandachtspunten ten aanzien van de controle en de verduidelijking van de begrippen opgenomen. De invulinstructie voor het verantwoordingsformulier van de verlenging van de Extra taakstelling 2003 is verstrekt als bijlage 5 van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb.
- Regeling
- Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-01-2005
- BWB-id
- BWBR0016418
- Versie
- 2005-01-29_0