5.2.7 Opvang in andere gemeenten Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
De Rkb staat toe dat u uitbreiding van opvangplaatsen realiseert in een andere gemeente
3 Deze situatie kan zich ook voordien als gevolg van grenscorrecties die zich mogelijk hebben voorgedaan, gedurende de Rkb-periode (bijvoorbeeld Leidschendam-Voorburg, Den Haag, Rijswijk).
(bijvoorbeeld buurgemeente). Ook voor dergelijke gerealiseerde opvangplaatsen blijven de normale voorwaarden van kracht: u zult dus naast een capaciteitsuitbreiding ten opzichte van de nulmeting ook een financiële relatie met deze kindercentra moeten hebben. Ten behoeve van de controle is het raadzaam dergelijke in exploitatie zijnde opvangplaatsen goed af te stemmen en vast te leggen met de betreffende buurgemeente.
Dit is zeker van belang als ‘uw’ gerealiseerde opvangplaatsen betrekking hebben op een kindercentrum, waar ook de buurgemeente opvangplaatsen conform de Rkb heeft gerealiseerd en deze in exploitatie zijnde opvangplaatsen wil opvoeren voor de taakstelling: gerealiseerde opvangplaatsen waar al een financiële relatie mee bestaat, mogen uiteraard niet dubbel worden opgegeven.
De gemeente moet zorgen dat de afstemming van de opgenomen aantallen in buurgemeenten heeft plaatsgevonden met die buurgemeenten en dat schriftelijk is vastgelegd waaruit blijkt welke gemeente welke in exploitatie zijnde opvangplaatsen declareert.
Deze stukken en mogelijk stukken die in bezit zijn van de buurgemeente, zullen beschikbaar moeten zijn bij de controle door uw accountant. Het is raadzaam hier in overleg met de buurgemeente op voorbereid te zijn.
In het nulmetingsformulier staat een en ander als volgt omschreven:
‘Het is mogelijk dat gemeenten samenwerken om opvangplaatsen te realiseren. In de praktijk kan dit betekenen dat de opvang niet in de gemeente zelf, maar in een buurgemeente of centrumgemeente wordt gerealiseerd. De samenwerkende gemeenten moeten voldoende administratieve voorzieningen treffen om te kunnen bepalen welke gemeente met welk deel van de gezamenlijk gerealiseerde opvangplaatsen een bekostigingsrelatie onderhoudt’.
En:
‘Soms is het voor alle betrokken gemeenten niet meteen duidelijk dat een gemeente opvangplaatsen heeft gerealiseerd in een andere gemeente. In die gevallen onderhoudt de ene gemeente een financiële relatie met opvangplaatsen in een andere gemeente, zonder dat die gemeente daarvan op de hoogte is. Er wordt dan direct zaken gedaan tussen een gemeente en een centrum voor kinderopvang of een gastouderbureau in ene andere gemeente. Dat kan bijvoorbeeld doordat een gemeente een overeenkomst tot het leveren van opvangplaatsen afsluit met een opvangvoorziening in een andere gemeente. Die opvangplaatsen moeten toegerekend worden aan de gemeente, waarmee de overeenkomst is afgesloten; de gemeente waar het centrum voor buitenschoolse opvang, dagopvang of het gastouderbureau is gevestigd, mag deze opvangplaatsen niet meetellen. Om te voorkomen dat beide gemeenten dezelfde plaatsen opvoeren in de nulmeting (en eindmeting)en deze plaatsen dus dubbel worden geteld, worden gemeenten geacht elkaar over deze opvangplaatsen te informeren’.
Zorgt u er dus voor dat uit uw administratie blijkt hoeveel opvangplaatsen uw gemeente declareert en hoeveel opvangplaatsen uw buurgemeente (of gemeente waar u mee samen werkt). Van belang is dat de opgegeven aantallen door u en uw buurgemeente overeen komen. Een en ander is ook van belang bij het aantonen van de financiële relatie met de kindercentra/ instellingen. Een voorgeschreven manier van vastleggen van deze samenwerking wordt niet gegeven, maar gedacht kan worden aan gemeenteraadbesluiten, besluiten van B&W, nota’s, overeenkomsten en/of officiële briefwisseling tussen gemeentebesturen en/of B&W etc.
Als dit niet is vastgelegd dan kan B&W hier alsnog informatie over opvragen bij de betrokken kindercentra.
Bereidt u uw kindercentra hierop voor.
Bij opvang in andere gemeenten:
De accountant dient naast de hierboven genoemde zaken, tevens vast te stellen dat samenwerkende gemeenten voldoende administratieve voorzieningen hebben getroffen om te bepalen welke gemeente met welk deel van de gezamenlijk gerealiseerde opvangplaatsen een bekostigingsrelatie onderhoudt.
Bij gemeentegrens overschrijdende kinderopvang dienen de betreffende in exploitatie zijnde opvangplaatsen toegerekend te worden aan de gemeente waarmee de overeenkomst is afgesloten. Om te voorkomen dat gemeenten dezelfde plaatsen dubbel opvoeren, dient de accountant, naast de hierboven genoemde zaken, vast te stellen dat gemeenten onderling deze opvangplaatsen hebben afgestemd en niet dubbel bij het Rijk hebben gedeclareerd.
Een andere vorm van samenwerking kan voorkomen bij samenwerkende regio’s of via mandatering van bestuursorganen. Van belang is dat in dat geval het juiste besluit is genomen en nog van kracht is (mandaatbesluit).
De accountant zal bij de controle mogelijkerwijs zowel uit uw gemeentelijke administratie als bij uw buurgemeente of gemandateerde bestuursorgaan controles wensen uit te voeren. Het is raadzaam hier afspraken over te maken.
- Regeling
- Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-01-2005
- BWB-id
- BWBR0016418
- Versie
- 2005-01-29_0