wetzoeker

5.2.4 In exploitatie zijn/capaciteit Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang

Conform artikel 2, derde lid van de Rkb moet een opvangplaats in exploitatie zijn. Wanneer is een opvangplaats in exploitatie?

In de toelichting van het nulmetingsformulier dat in 2000 naar de gemeenten is verzonden staat:

‘Het gaat bij de telling van de opvangplaatsen in de nulmeting om de capaciteit en niet om de bezetting. De opvangplaatsen dienen in exploitatie te zijn’.

En verder:

‘Een opvangplaats is in exploitatie als de voorzieningen op het gebied van huisvesting, organisatie en personeel getroffen zijn. De accommodatie dient verworven of gehuurd, gebouwd of verbouwd en ingericht te zijn. Kortom, de huisvesting moet gebruiksklaar zijn.

Verder moet de organisatie in staat zijn daadwerkelijk opvang aan te bieden en daar in alle relevante aspecten uitvoering aan kunnen geven.

Tenslotte is voldoende personeel vereist. Het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang, de gemeentelijke verordeningen op de kwaliteit van de kinderopvang en de CAO-welzijnswerk ‘(inmiddels heeft de sector ook een eigen CAO Kinderopvang)’… bevatten bepalingen omtrent de vereiste omvang en de kwalificaties van het personeelsbestand. Met in achtneming van die normen, moet het aantal functionarissen tenminste gelijke tred houden met het aantal kinderen dat van de opvang gebruik maakt. Dan tellen alle opvangplaatsen mee, bezette en onbezette’.

Een voorbeeld: Een kindercentrum in uw gemeente heeft uitgebreid met 20 in exploitatie zijnde opvangplaatsen en de bezetting is slechts 80% dan blijft het aantal gerealiseerde opvangplaatsen 20 en wordt niet 16 (indien aan alle andere rechtmatigheidseisen is voldaan).

In een circulaire van 28 maart 2002 (DJB/KO-2261421) is ‘gerealiseerde kindplaats’ nog als volgt nader toegelicht:

‘een opvangplaats zoals bedoeld in artikel 1 van de Rkb die derhalve in exploitatie is genomen gedurende de periode van de Rkb en waarbij sprake is van een financiële relatie tussen de exploitant en de gemeente. Een opvangplaats is in exploitatie wanneer er voorzieningen op het gebied van huisvesting, organisatie en personeel getroffen zijn. Het moet gaan om een voor kinderopvang goedgekeurde gelegenheid, waarbij de organisatie in staat is om op aanvraag onmiddellijk daadwerkelijk opvang te leveren. Dit betekent dat er voldoende oproepbaar personeel beschikbaar is.’

Uit de administratie van de gemeente zal een en ander moeten blijken. Met de vergunningafgifte aan ieder kindercentrum (artikel 1 onder f, g en h) wordt voldaan aan de eis van voldoende personeel en aan de (overige) eisen van het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang. Indien de vergunning (of een daaraan gelijkgestelde verklaring conform het Tijdelijk besluit kwaliteitsregels kinderopvang) tevens het aantal in exploitatie zijnde of gerealiseerde opvangplaatsen noemt, is de uitbreiding van opvangplaatsen voldoende onderbouwd. Naast de vergunningen kunnen inspectierapporten of verslagen van de toezichthoudende instantie, bouwvergunningen of bouwtekeningen een bron zijn van het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen. Gecontroleerde jaarrekeningen en/of stukken van de instelling, zoals jaarverslagen en prestatiegegevens kunnen tevens dienen om het aantal gerealiseerde opvangplaatsen te onderbouwen.

In het verantwoordingsformulier dienen die in exploitatie zijnde opvangplaatsen door de gemeente opgenomen te worden, waarvan de achterliggende stukken, zoals vergunningen, inspectierapporten, subsidiebeschikkingen, gecontroleerde jaarrekeningen en/of jaarstukken zowel van de gemeente als van de instelling etc, ter onderbouwing voor de capaciteit en het in exploitatie zijn, aanwezig zijn.

Regeling
Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-01-2005
BWB-id
BWBR0016418
Versie
2005-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl