wetzoeker

5.2 De toetsingseisen Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang

De gerealiseerde opvangplaatsen dienen aan een aantal (rechtmatigheids) eisen te voldoen. De accountant zal de aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen die worden ingevuld op het verantwoordingsformulier aan deze eisen toetsen. Het is verstandig uw administratie zo veel mogelijk hier op in te richten.

In de volgende paragrafen wordt een groot aantal stukken opgesomd die kunnen dienen ter onderbouwing van de realisatie van de uitbreiding van de capaciteit (die moet voldoen aan de in deze paragraaf genoemde toetsingseisen). Het is daarom belangrijk dat de gemeente over de stukken beschikt (ook van de kindercentra en gastouderbureau’s) en dat deze stukken ordelijk en controleerbaar zijn geadministreerd en gearchiveerd. De accountant kan vervolgens bij zijn controle gebruik maken van (combinaties van) al deze stukken. Het kan zijn dat de accountant een onderzoek wenst in te stellen bij de kindercentra of de gastouderbureau’s. Bereid hen voor om indien nodig inzage te geven in hun administratie en te voldoen aan het verzoek om stukken op te leveren.

De accountant zal toetsen of de op het verantwoordingsformulier opgegeven aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen, voldoen aan de eisen (aan alle onderstaande eisen moet zijn voldaan). De accountant zal o.a. het volgende moeten vaststellen:

1. dat de aantallen verantwoord bij BSO en HDO voldoen aan artikel 1 lid d en e (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.1) én

2. dat de aantallen bij de juiste meetmomenten (standen) zijn verantwoord cf. artikel 2, lid 1, 2, 3, 6, 9 en 10 (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.2) én

3. dat de aantallen bij de juiste urencriteria zijn verantwoord cf. artikel 2 lid 7, 8 en 11 en artikel 1 lid j (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.3) én

4. dat de in exploitatie zijnde opvangplaats en koppeling rechtmatig is. Dit houdt in:

a. de capaciteit van de opvangplaatsen en koppelingen dient vastgesteld te worden, cf. artikel 1 lid j (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.4) én

b. vastgesteld dient te worden dat de opvangplaatsen in exploitatie zijn, cf. artikel 2 lid 3 en 5 (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.4) én

c. vastgesteld dient te worden dat de gemeente een financiële relatie heeft met de kindercentra waar in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen betrekking op hebben, cf. artikel 1 lid f, g, h (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.5) én

d. in geval van koppelingen dient vastgesteld te worden dat er schriftelijke overeenkomsten met ouder(s), pleeg- of stiefouder(s) zijn, cf. artikel 1 lid i (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.6) én

e. in geval van in exploitatie zijnde opvangplaatsen in andere gemeenten dient vastgesteld te worden dat schriftelijke afstemming met de betreffende gemeenten heeft plaatsgevonden en dat de opvangplaatsen maar bij één gemeente worden verantwoord (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.7).

Regeling
Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-01-2005
BWB-id
BWBR0016418
Versie
2005-01-29_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl