2.4 Toelichting bij de meetmomenten voor HDO (deel 1) Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
• 2160–2850, 2850–3240, 3240–6120, >6120, GOO.
De kolommen in de tabel met deze aanduiding geven het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen weer met het bijbehorende aantal uren opvang (zie ook het overzicht in hoofdstuk 5). Dus u vult hier het aantal opvangplaatsen in dat u voor de betreffende soort opvang heeft gerealiseerd met een opvangaanbod van bijvoorbeeld tussen de 2160 en 2850 uur per jaar. Of met een opvangaanbod van meer dan 6120 uren per jaar etc. De gastouderopvang koppelingen worden apart aangegeven in de kolom GOO.
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
• Nulmeting per 31-12-1998 (code 301a)
Een cruciale meting voor het vaststellen van uw uitkering wordt gevormd door de begin- of nulmeting. Om te kunnen berekenen of iedere gemeente de taakstelling heeft gehaald, moeten de aantallen op het moment van de einddatum (31-12-2003) afgezet worden tegen de aanvangsaantallen van het nulmoment. Voor de buitenschoolse opvang is dit nulmoment 31 december 1996 en voor de hele dagopvang 31 december 1998.
In oktober 2000 hebben alle gemeenten een (geel) nulmetingsformulier met de beginstand ingevuld en, zover van toepassing, voorzien van een accountantsverklaring. Deze nulmeting vormt het uitgangspunt en u kunt die aantallen hier overnemen en invullen, zoals vermeld op dit gele nulmetingsformulier (onderdelen a). De omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren hoeft u niet te maken: dit wordt op het ministerie gedaan.
Gemeenten die gedurende de Rkb-periode een herindeling of samenvoeging hebben meegemaakt, tellen de nulmetingen van de voormalige gemeenten bij elkaar op.
• Aanpassing per 31-12-1998 (code 301b)
Er kan een reden zijn om deze nulmeting aan te passen In artikel 2, vierde lid van de Rkb is geregeld dat bij het bepalen van het aantal gerealiseerde opvangplaatsen, de opvangplaatsen die op 31 december 1996 (BSO) en op 31 december 1998 (HDO) bij kindercentra of gastouderbureaus in exploitatie waren en die niet door gemeenten gesubsidieerd worden of waarmee een gemeente geen overeenkomst tot het leveren van opvangplaatsen heeft gesloten, buiten beschouwing worden gelaten.
Wordt aan deze kindercentra of gastouderbureaus gaandeweg de Rkb-periode alsnog een subsidie verstrekt of wordt hiermee alsnog een overeenkomst gesloten, dan kunnen de uitbreidingsplaatsen tijdens de Rkb-periode van deze centra alsnog worden meegerekend. In dat geval moet het aantal opvangplaatsen dat al aanwezig was bij deze centra ten tijde van het nulmeting, alsnog worden vastgesteld en door de accountant worden gecontroleerd.
Deze aantallen hebben immers gevolg voor de nulmeting (zullen een verhoging van de beginstand ten tijde van het nulmetingsmoment tot gevolg hebben). Daarom moet u deze verhoging van de nulstand alsnog hier opgeven (code 301b).
Recapitulerend: alleen als er een aanpassing van de stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) nodig is, als gevolg van het alsnog verstrekken van een subsidie of het aangaan van een overeenkomst met een kindercentrum, waar u op het moment van de opgave nog geen financiële relatie mee had, vult u de aanpassing in: voor HDO in een kindercentrum noteert u de aangepaste stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op 31 december 1998. Voor gastouderopvang HDO neemt u het gemiddelde van het aantal koppelingen op 31 december 1998 en 28 februari 1999 en 30 april 1999.
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
Dus: alleen als de nulmeting moet worden aangepast, vult u hier slechts het aan te passen deel in!
• Stand per 31-12-1998 (code 301)
Hier vult u in de som van de ingevulde aantallen bij code 301a en 301b.
Dit aantal vormt de basis voor de berekening in de rekentool. Indien u met behulp van de rekentool uw subsidieberekening wilt maken, dan typt u in het gele deel dit aantal in (en niet het aantal onder 301a of 301b).
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
• Meetmoment 31-12-2001 (code 302)
Deze datum fungeert als meetmoment voor de eerste voorwaarde van de bonusuitkering: 50% van de taakstelling van vóór de herverdeling van de taakstelling (zie de beschikking aan individuele gemeenten van 8 december 2000) moet op dit meetmoment zijn gerealiseerd.
Voor hele dagopvang in een kindercentrum noteert u de stand (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op 31 december 2001. Voor de gastouderopvang HDO neemt u het gemiddelde van de koppelingen op 31 augustus 2001, 31 oktober 2001 en 31 december 2001.
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
• Meetmoment 31-12-2002 (code 303)
Deze datum fungeert als meetmoment voor de tweede voorwaarde van de bonusuitkering: 90% van de taakstelling van na de herverdeling van de taakstelling (zie de beschikking aan individuele gemeenten van 8 december 2000) moet op dit meetmoment zijn gerealiseerd. Daarnaast fungeert deze datum als eerste meetmoment voor de vaststelling van de instandhoudingsbijdrage voor 2003. Tevens fungeert deze datum als start- of nulmoment voor de extra taakstelling over 2003 (de toedeling van 10.000 extra opvangplaatsen te realiseren in 2003).
En tot slot fungeert deze datum als eindmeting voor gemeenten die kiezen voor een vaststelling van de Rkb op 31 december 2002 (en dus geen aanspraak wensen te maken op de instandhoudingsbijdrage of de extra uitkering over 2003). Geef dit aan bij code 501.
Voor hele dagopvang in een kindercentrum noteert u de stand (het aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op 31 december 2002. Voor de gastouderopvang HDO neemt u het gemiddelde van het aantal koppelingen op 31 augustus 2002, 31 oktober 2002 en 31 december 2002.
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
• Meetmoment 31-12-2003 (code 304)
Deze datum fungeert als tweede meetmoment voor de instandhoudingsbijdrage (de opvangplaatsen waarvoor een instandhoudingsbijdrage is verstrekt, moeten eind 2003 nog wel in stand zijn). Daarnaast fungeert deze datum als einddatum voor de extra taakstelling over 2003, tenzij gemeenten gebruik willen maken van de mogelijkheid om een deel van deze plaatsen in 2004 te realiseren (geef dit aan bij code 702).
Verder is het de einddatum van de gewone uitkering (waarover men tot uiterlijk eind 2003 mocht doen). Voor hele dagopvang in een kindercentrum noteert u de (aantal in exploitatie zijnde opvangplaatsen) op 31 december 2003. Voor gastouderopvang HDO neemt u het gemiddelde van het aantal koppelingen op 31 augustus 2003, 31 oktober 2003 en 31 december 2003.
U hoeft de omrekening met de verschillende vermenigvuldigingsfactoren niet te maken en het aantal koppelingen niet te vermenigvuldigen met de factor 0,43: dat wordt op het ministerie gedaan. De omrekening met de factoren wordt in de rekentool onder subsidieberekening automatisch gedaan.
• Afrekening bonusuitkering bij herindeling (code 401, 402, 403)
- Regeling
- Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 29-01-2005
- BWB-id
- BWBR0016418
- Versie
- 2005-01-29_0