wetzoeker

Artikel 4.1 Regeling vissersvaartuigen

Voorschriften voor de werkruimten

Een noodstopvoorziening van de vislieren als bedoeld in artikel 6.14, tweede lid, van het Vissersvaartuigenbesluit 2002 voldoet aan de volgende voorschriften:

a. bij elke bedieningsplaats van de vislieren, alsmede in de ruimte voor de vislieren zelf, is een noodstopvoorziening aangebracht en bovendien op ten minste twee plaatsen op het dek vanwaar de visserij wordt uitgeoefend;

b. de bediening kan met een enkelvoudige handeling snel geschieden;

c. bij het in werking stellen stopt de vislier onmiddellijk en treden de remmen van zowel de aandrijfmotor als van de aanwezige liertrommels automatisch in werking;

d. het gebruik wordt door middel van een rood signaal zichtbaar gemaakt op de bedieningsplaats van de vislier in het stuurhuis;

e. het wederom in bedrijf stellen van de vislier kan alleen handmatig geschieden en is pas mogelijk nadat de noodstopvoorziening in de oorspronkelijke bedrijfstoestand is teruggebracht en de bedieningsorganen in de ruststand zijn geplaatst.

Regeling
Regeling vissersvaartuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2013
BWB-id
BWBR0016372
Versie
2013-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl