IV — AANVRAAG VOOR DEELNAME EN TOEKENNINGSPROCEDURE Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV
AANVRAAG VOOR DEELNAME EN TOEKENNINGSPROCEDURE
§1. Aanvraag voor deelname aan de praktijkproef
Aanvragen voor deelname aan de praktijkproef dienen in de periode van 16 januari 2004 tot 14 januari 2005 schriftelijk te worden ingediend bij de Ambtelijke adviescommissie LZV onder vermelding van ‘Project LZV’, Afdeling Wegvervoer, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Postbus 20904, 2500 EX ‘s-Gravenhage.
Bij zijn ondertekende aanvraag dient de ondernemer de volgende gegevens te verstrekken:
1. de firmanaam en adres, met vermelding van provincie, telefoonnummer en contactpersoon;
2. de soorten en de kentekenbewijzen van de voertuigen van de vrachtautocombinatie(s);
3. afbeeldingen, bij voorkeur technische tekeningen, van de voertuigen, en de voor de toelating tot het verkeer toegestane maximum massa en de lengte van de vrachtautocombinaties;
4. de te rijden trajecten, met per traject vermelding van het begin- en eindpunt voorzien van postcodes, de namen en wegnummers van alle wegen van het traject, en per weg de lengte van het te rijden traject;
5. de te vervoeren ladingsoorten.
Elke volledige en tijdig ingediende aanvraag krijgt een volgnummer op datum van binnenkomst.
§2. Werkwijze Ambtelijke adviescommissie LZV
De adviescommissie stelt aan de hand van het aantal tijdig ingediende aanvragen maandelijks een advieslijst op. De advieslijst wordt zodanig samengesteld dat een zo groot mogelijke diversiteit van praktijkproeven kan worden genomen op basis van:
a. een evenredige verdeling van de verschillende vrachtautoconfiguraties;
b. een evenredige verdeling naar regio, te weten provincie of samenstel van provincies, waarin ondernemers gevestigd zijn. Hier geldt een evenredigheid aan de verdeling van de Niwo van de vergunningen beroepsgoederenvervoer. Hierbij worden de provincies Friesland, Groningen en Drenthe; Flevoland en Overijssel alsmede Zeeland en Noord-Brabant als één regio gezien;
c. een evenredige verdeling van de verschillende ladingsoorten.
Bij gelijkwaardigheid van de aanmeldingen na hanteren van de criteria wordt in geval van overschrijding van het evenredige aantal per regio of het totaal maximum van 300 eenheden de toekenning van de resterende aanvragen bepaald op basis van loting.
De adviescommissie stelt aan het einde van elke kalendermaand op basis van de advieslijst een advies op ten behoeve van besluitvorming door of namens de Minister. Door of namens de Minister wordt zo spoedig mogelijk na het uitgebrachte advies een besluit genomen over welke ondernemers in aanmerking komen voor deelname aan de praktijkproeven. Iedere ondernemer ontvangt schriftelijk bericht of hij al dan niet in aanmerking komt voor deelname aan de praktijkproeven.
Elke aanvrager zal in eerste instantie slechts in aanmerking kunnen komen voor ontheffingen voor 5 trekkende eenheden. Op het moment dat bij de adviescommissie bekend is dat een eerste combinatie van de aanvrager ter keuring zal worden aangeboden, zoals vermeld in de Beleidsregel ontheffinverlening LZV, wordt door de adviescommissie beoordeeld of er tot toekenning van ontheffingen voor 5 volgende trekkende eenheden kan worden geadviseerd. Bepalend voor een positief advies is of het aantal aangevraagde trekkende eenheden met de toekenning het aantal van 300 niet overschrijdt.
Deelname aan de proef geschiedt voor rekening en risico van de ondernemer. Op geen enkele wijze kan een ondernemer aanspraak maken op voortzetting van de inzet van de vrachtautocombinatie na afloop van de proef.
Uitsluiting van de proef dan wel intrekking van het positieve advies van de Ambtelijke adviescommissie LZV, kan plaats vinden indien:
a. Ondernemer onjuiste gegevens heeft verstrekt bij zijn aanvraag;
b. Ondernemer niet voldoende meewerkt aan de verzameling van gegevens zoals genoemd onder I;
c. Ondernemer aanwijsbaar schuldig is aan een ernstig ongeval bij de inzet van de vrachtautocombinaties;
d. Ondernemer zich aantoonbaar met de vrachtautocombinatie op wegen heeft bevonden waarvoor geen ontheffing is verstrekt in het kader van deze proef.
Bij het intrekken van het positieve advies op basis van de voorgaande redenen is geen beroep mogelijk inzake schadeloosstelling.
- Regeling
- Instellingsbesluit Ambtelijke adviescommissie LZV
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-10-2015
- BWB-id
- BWBR0016098
- Versie
- 2015-10-01_0