wetzoeker

Artikel 14 Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ

Vakantietoeslag

1 Indien de belanghebbende de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en het inkomen van de belanghebbende bestaat uit een gekort ouderdomspensioen en toeslag als bedoeld in artikel 13 van de Algemene Ouderdomswet bedraagt de daarbij behorende aanspraak op vakantietoeslag voor:

a. alleenstaande | 6,51% | x ink

b. gehuwden, waarvan beide echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet hebben bereikt | 6,78% | x ink

c. gehuwden, waarvan een echtgenoot de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt en de andere echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, indien:

– het inkomen € 1.507,16 of meer bedraagt | 6,78% | x ink | - € 20,48

– het inkomen lager is dan € 1.507,16 | 6,78% | x ink

2 Indien de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid, naast het gekorte ouderdomspensioen en toeslag, bedoeld in het eerste lid, een ander inkomen heeft dat recht geeft op vakantietoeslag bedraagt de aanspraak op die vakantietoeslag 8% van dat andere inkomen.

Regeling
Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0015738
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl