wetzoeker

Artikel 3 Besluit adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren

1 Een lid of een plaatsvervangend lid van de commissie wordt op diens verzoek door Onze Minister ontheven van zijn lidmaatschap van de commissie.

2 Indien een lid of een plaatsvervangend lid van de commissie de ingevolge artikel 2, eerste, vijfde of zesde lid, vereiste hoedanigheid verliest, wordt hij door Onze Minister ontheven van zijn lidmaatschap.

3 Degene die wordt benoemd tot lid of plaatsvervangend lid van de commissie in de plaats van degene die wordt ontheven van het lidmaatschap als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt in afwijking van artikel 2, achtste lid, benoemd voor het resterende gedeelte van de benoemingsperiode van zijn voorganger.

Regeling
Besluit adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren
Soort
AMvB
Geldend vanaf
02-12-2003
BWB-id
BWBR0015695
Versie
2003-12-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl