wetzoeker

Wijzigingswet Comptabiliteitswet houdende bepalingen inzake het beheer van liquide middelen van rechtspersonen die collectieve middelen beheren, enz. (Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001)

Wet van 4 september 2003 tot wijziging van de Comptabiliteitswet houdende bepalingen inzake het beheer van liquide middelen van rechtspersonen die collectieve middelen beheren, inzake de financiering van die rechtspersonen en inzake de beheersing van het EMU-saldo voor zover dit saldo door het financieel beheer van deze rechtspersonen wordt beïnvloed (Eerste wijziging van de Comptabiliteitswet 2001)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-09-2004
Rechtsgebied
Financieel en economisch recht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0015551
Versie
2004-09-01_0
SHA-256 bron
245de9a2d754bf792ad4cff6f305e03307cf44e055d618e1b5a4ceafdd7af24d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt de Comptabiliteitswet 2001.

Artikel II

1 Het eerste en tweede lid van artikel 45 zijn gedurende zes maanden na de inwerkingtreding van deze wet niet van toepassing voor op het moment van inwerkingtreding van deze wet op een andere wijze uitgezette liquide middelen.

2 Het eerste en tweede lid van artikel 45 zijn voorts in aansluiting op de periode van zes maanden, bedoeld in het eerste lid, gedurende zes maanden niet van toepassing op uitgezette liquide middelen die binnen de in het eerste lid bedoelde periode van zes maanden door de betrokken rechtspersoon bij Onze betrokken Minister zijn aangemeld, teneinde afspraken te maken over de periode waarbinnen de betrokken rechtspersoon alsnog aan artikel 45, eerste lid, dan wel tweede lid, zal voldoen.

3 Onze Minister van Financiën kan de periode van zes maanden, bedoeld in het tweede lid, verlengen.

4 Onze betrokken Minister kan een rechtspersoon die niet binnen de in het eerste lid bedoelde periode van zes maanden de op een andere wijze uitgezette liquide middelen heeft aangemeld, een aanwijzing geven ten aanzien van de periode waarbinnen de aanmelding alsnog dient te geschieden.

5 Gedurende een periode van maximaal 18 maanden na inwerkingtreding van deze wet is het bepaalde in artikel 45, vierde lid, ook van toepassing, indien de separate verantwoording van de niet-collectieve middelen nog niet op een adequate wijze plaatsvindt. In het koninklijk besluit, bedoeld in artikel IV, kan deze periode zo nodig worden verlengd.

Artikel III

Wijzigt de Prijzennoodwet.

Artikel IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.