wetzoeker

Regeling aanwijzing risicolanden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie, mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, van 4 juli 2003, nr. 2024243/01, houdende de aanwijzing van risicolanden op grond van artikel 10, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Regeling aanwijzing risicolanden)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-05-2018
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0015339
Versie
2018-05-01_0
SHA-256 bron
6b1d3f41a181f6c935e1eba575bb086b1af7370c8e056fa369d4e08349ed8535

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Als landen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 worden aangewezen: Afghanistan, Irak, Iran, Noord-Korea, Pakistan, Turkmenistan en Wit-Rusland.

Artikel 2

Als landen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 worden voorts aangewezen landen waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst uit hoofde van diens specifieke taak een bijzonder risico voor de nationale veiligheid kan opleveren. Deze landen zijn opgenomen in een bijlage die Stg. Geheim is gerubriceerd.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing risicolanden.