wetzoeker

Artikel 26i Spoorwegwet

Vergunning voor het in dienst stellen van subsystemen die deel uitmaken van hoofdspoorweginfrastructuur

1 Het is verboden een vernieuwing of verbetering van de hoofdspoorweginfrastructuur in dienst te stellen zonder dat Onze Minister een vergunning voor indienststelling als bedoeld in artikel 26h, tweede lid, heeft verleend, tenzij Onze Minister heeft geoordeeld dat voor de vernieuwing of verbetering geen vergunning voor indienststelling vereist is.

2 De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats:

a. op basis van een bij Onze Minister ingediend dossier waarin het project tot verbetering of vernieuwing wordt beschreven, en

b. met inachtneming van de krachtens artikel 26j, onderdeel d, gestelde regels.

3 De termijnen, bedoeld in artikel 26dd, tweede tot en met vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de beslissing, bedoeld in het eerste lid.

Regeling
Spoorwegwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0015007
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl