wetzoeker

Artikel 26dd Spoorwegwet

Termijnen

1 Dit artikel is van toepassing op de besluiten die Onze Minister neemt op grond van:

a. artikel 26h, tweede lid,

b. artikel 26k, tweede en vierde lid,

c. artikel 26m, eerste lid.

2 Onze Minister deelt uiterlijk een maand na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager mede of alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.

3 Onze Minister stelt een redelijke termijn voor het indienen van aanvullende informatie indien hij van oordeel is dat er onvoldoende informatie voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.

4 Onze Minister beslist na ontvangst van alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag, met inachtneming van artikel 4:14, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, uiterlijk binnen vier maanden.

5 In afwijking van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een bezwaarschrift tegen een besluit ingediend binnen een maand na de bekendmaking van het besluit.

6 In afwijking van artikel 7:10, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht beslist Onze Minister op een bezwaarschrift uiterlijk binnen twee maanden, gerekend vanaf de dag na die waarop het bezwaarschrift is ontvangen.

7 Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking nadere regels worden gesteld met betrekking tot de termijnen, bedoeld in dit artikel.

Regeling
Spoorwegwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0015007
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl