wetzoeker

Instellingsregeling Interdepartementale Commissie voor Veiligheid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
08-03-2003
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0014562
Versie
2003-03-08_0
SHA-256 bron
b920b1e9bc4d092382e625f90e384b2ab5f7cbf459b752135ff5aacb3ea3bc9b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

Er is een Interdepartementale Commissie voor Veiligheid (ICV).

Artikel 2

De commissie verzorgt ambtelijke afstemming voor en advisering aan de Raad voor de Veiligheid voor zover het betreft de voorbereiding van de politieke besluitvorming in die raad over beleid en uitvoering op de terreinen van:

a. integraal veiligheidsbeleid (nationaal en internationaal, i.e. rampenbeheersing, terrorismebestrijding en brandweer);

b. rechtshandhaving (politie (inclusief beheer), bijzondere opsporingsdiensten, strafrechtelijke keten); c. preventie.

Artikel 3

De commissie brengt de in artikel 2 bedoelde adviezen uit aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie.

Artikel 4

1 ledere minister uit de Raad voor de Veiligheid wijst voor de Interdepartementale Commissie voor Veiligheid een lid en een plaatsvervangend lid aan. Een minister zonder portefeuille kan een lid en een plaatsvervangend lid aanwijzen.

2 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie benoemen ieder een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

3 Het secretariaat van de commissie berust bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie gezamenlijk.

4 De commissie kan haar werkwijze en die van het secretariaat regelen.

Artikel 5

De commissie treedt in de plaats van de Interdepartementale Commissie voor Veiligheid en Rechtshandhaving (ICVR).

Artikel 6

De commissie evalueert haar functioneren voor 1 januari 2005. Zij brengt het verslag van de evaluatie ter kennis van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.