wetzoeker

1 — Achtergrond Circulaire melding door de scheepvaart van de voorgenomen afgifte van scheepsafval en ladingsresiduen aan havenontvangstvoorzieningen

Achtergrond

Ingevolge artikel 6, eerste lid, van richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332) (hierna: de richtlijn) dient de kapitein van een schip, niet zijnde een vissersvaartuig of een pleziervaartuig waarmee ten hoogste 12 passagiers mogen worden vervoerd, dat op weg is naar een zeehaven in de Gemeenschap, het formulier van bijlage II bij de richtlijn waarheidsgetrouw en nauwkeurig in te vullen, en de informatie te verstrekken aan de voor dat doel door de lidstaat waarin de haven is gelegen aangewezen autoriteit of instantie. Op het formulier dienen gegevens te worden vermeld die het schip identificeren, de haven van afvaart en bestemming, de eerstvolgende aanloophaven en de vermoedelijke tijdstippen van aankomst in en vertrek uit de haven van bestemming. Daarnaast dient de kapitein aan te geven welke categorieën scheepsafval en ladingresiduen aan boord zijn, welke hoeveelheden het betreft, hoe groot de (afzonderlijke) opslagcapaciteit voor de verschillende categorieën afval is en of het voornemen bestaat het scheepsafval en de ladingresiduen geheel of gedeeltelijk af te geven aan een havenontvangstvoorziening.

De richtlijn dient uiterlijk op 28 december 2002 in de Nederlandse rechtsorde te zijn geïmplementeerd. Als gevolg van diverse oorzaken is deze termijn niet gehaald.

Regeling
Circulaire melding door de scheepvaart van de voorgenomen afgifte van scheepsafval en ladingsresiduen aan havenontvangstvoorzieningen
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
28-12-2002
BWB-id
BWBR0014516
Versie
2002-12-28_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl