wetzoeker

Artikel 8.3.1.8 Mijnbouwregeling

Beveiligingen bij het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van boorgaten

1 De van het hoofdbedieningsverdeelwerk deel uitmakende leidingen naar de boorgatafsluiters zijn zo flexibel dat beschadiging door het bewegen van de boorinstallatie niet plaatsvindt.

2 De in het eerste lid bedoelde leidingen kunnen te allen tijde de maximale druk weerstaan die in het hoofdbedieningsverdeelwerk kan optreden.

3 Het smoorverdeelstuk en de hiermee verbonden aan- en afvoerleidingen zijn zo verankerd dat krachten tengevolge van het aan- en afvoeren van gassen of vloeistoffen kunnen worden opgenomen zonder schade te veroorzaken aan het verdeelstuk of aan de aan- of afvoerleidingen.

4 De leidingen van de beveiligingsinstallatie en de erbij behorende afsluiters voor en direct achter de smoorverdeelstukken kunnen tenminste dezelfde werkdruk weerstaan als de in artikel 8.3.1.4, eerste lid, onderdelen b en c, bedoelde boorgatafsluiters.

Regeling
Mijnbouwregeling
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0014468
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl