wetzoeker

Goedkeuringswet Verdrag tussen Nederland en België tot het vermijden van dubbele belastingen en voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar inkomen en vermogen

Wet van 12 december 2002 tot goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (Trb. 2001, 136)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2004
Rechtsgebied
Belastingrecht, Internationale regelingen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0014447
Versie
2004-01-01_0
SHA-256 bron
30ebd716daeca7f65f900bbbb4ebfadfcd89a10763892bfa18c955b282589b35

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 1a
  3. Artikel 2
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4

Artikel 1

Het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling, waarvan de Nederlandse en Franse tekst zijn geplaatst in Tractatenblad 2001, 136, wordt goedgekeurd voor Nederland.

Artikel 1a

1 Artikel 27, paragraaf 1 en 4, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op natuurlijke personen die inwoner zijn van Nederland en uit België beloningen verkrijgen die ingevolge artikel 19, paragraaf 1, ter heffing aan België zijn toegewezen.

2 Artikel 27, paragraaf 2 tot en met 4, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag zijn van overeenkomstige toepassing op natuurlijke personen die inwoner zijn van Nederland en die beloningen verkrijgen die voor het tijdstip waarop de bepalingen van dat Verdrag van toepassing zijn, ingevolge de bepalingen van

a. artikel 15, paragraaf 3, subparagraaf 1°, van de op 19 oktober 1970 te Brussel getekende Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van het Koninkrijk der Nederlanden tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen en tot het vaststellen van enige andere regelen verband houdende met de belastingheffing, met Protocol, ter heffing aan Nederland waren toegewezen en die ingevolge de bepalingen van artikel 19, paragraaf 1, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag ter heffing aan België zijn toegewezen;

b. artikel 15, paragraaf 3, subparagraaf 2°, van de in onderdeel a bedoelde Overeenkomst ter heffing aan Nederland waren toegewezen en die ingevolge de bepalingen van artikel 15 van het in artikel 1 bedoelde Verdrag ter heffing aan België zijn toegewezen.

Artikel 2

1 In afwijking van de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 zijn inkomstenbestanddelen als bedoeld in het tweede lid die worden genoten door een natuurlijke persoon die sinds 5 juni 2001 onafgebroken inwoner van België is, gedurende de twee kalenderjaren na de inwerkingtreding van het verdrag, bedoeld in artikel 1, vrijgesteld van inkomstenbelasting en loonbelasting.

2 De in het eerste lid bedoelde inkomstenbestanddelen zijn inkomstenbestanddelen

a. waarop artikel 18, paragraaf 2, van het verdrag, bedoeld in artikel 1, van toepassing is;

b. die een periodiek karakter dragen, en

c. waarop op 5 juni 2001 reeds aanspraak bestond.

Artikel 3

1 In afwijking van de Wet op de loonbelasting 1964 en de Wet inkomstenbelasting 2001 bedraagt de in Nederland verschuldigde loonbelasting en inkomstenbelasting over inkomstenbestanddelen als bedoeld in het tweede lid, die worden genoten door een natuurlijke persoon die sinds 5 juni 2001 onafgebroken inwoner van België is, vanaf het derde kalenderjaar tot en met het zevende kalenderjaar na de inwerkingtreding van het verdrag, bedoeld in artikel 1, ten hoogste 25% van het bedrag van die inkomstenbestanddelen.

2 Het eerste lid is slechts van toepassing op inkomstenbestanddelen:

a. die een periodiek karakter dragen;

b. waarop op 5 juni 2001 reeds aanspraak bestond, en

c. waarop artikel 18, paragraaf 2, van het verdrag, bedoeld in artikel 1, van toepassing is.

3 Voor de toepassing van het eerste lid worden de aldaar bedoelde inkomstenbestanddelen geacht zoveel mogelijk te zijn belast tegen de hoogste tariefschijf die toepassing heeft gevonden.

Artikel 4

Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.