wetzoeker

Artikel 98 Mijnbouwbesluit

Het gebruik van een pijpleiding

1 Indien de feitelijke ligging van een pijpleiding die is aangelegd in de territoriale zee of het continentaal plat afwijkt van de ligging zoals deze in de vergunning is aangegeven, verstrekt de beheerder aan Onze Minister de gegevens van de feitelijke ligging ervan binnen vier weken na de aanleg van de pijpleiding. Indien er kennelijk geen risico op schade is, kan Onze Minister de vergunning dienovereenkomstig wijzigen.

2 Op de voorbereiding van de beschikking tot aanpassing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Regeling
Mijnbouwbesluit
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0014394
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl