wetzoeker

Woon-werkverkeer Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 2002-2003

Partijen spreken af dat voor alle rijksambtenaren één uniforme regeling gaat gelden. Daarmee komt de bestaande mogelijkheid om per arbeidsorganisatie afwijkende afspraken te maken te vervallen.

Twee standaardregelingen zijn te onderscheiden:

1) Voor de situatie waarin de werkplek met het openbaar vervoer bereikbaar is en de ambtenaar daarvan ook daadwerkelijk gebruik maakt wordt het volgende afgesproken. Aan ambtenaren die voor het woon-werkverkeer gebruik maken van het openbaar vervoer wordt een volledige geldelijke vergoeding verstrekt van de werkelijk gemaakte kosten (bij NS-vervoer uitgaande van 2e klasse) tot ten hoogste de maximumprijs van een NS-jaartrajectkaart 2e klasse (thans € 2380,-), waar nodig aangevuld met de kosten van het zogenaamde aansluitend openbaar vervoer. Een bedrag van € 91 per kalenderjaar wordt alleen toegekend aan ambtenaren die in plaats van met het aansluitend openbaar vervoer met eigen vervoer naar het station gaan.

Aan het bevoegd gezag wordt de mogelijkheid geboden om in plaats van het geven van een geldelijke vergoeding, over te gaan tot het verstrekken van de noodzakelijke vervoerbewijzen.

Indien de ambtenaar een duurdere voorziening wenst (bijvoorbeeld een jaartrajectkaart 1e klasse of een OV-jaarkaart) komen de extra kosten daarvan voor diens rekening. Uiteraard kan voor de financiering hiervan gebruik worden gemaakt van de regeling IKAP.

Als de ambtenaar een vervoerbewijs verstrekt of volledig vergoed krijgt dat ruimere mogelijkheden biedt dan uitsluitend het woon-werkverkeer (bijvoorbeeld een NS-jaarkaart - geldig op alle NS-lijnen - in plaats van een NS-jaartrajectkaart), is de werkgever verplicht voor die ambtenaar via de eindheffing loonheffing af te dragen over een bedrag van € 54 (voor een 2e klas kaart) of € 82 (voor een 1e klas kaart). Op de genoemde bedragen mogen in mindering worden gebracht de kosten die voor rekening van de ambtenaar blijven. In verband daarmee dient de vergoeding voor een dergelijke kaart (of het salaris ingeval van het verstrekken van die kaart) te worden verminderd met een bedrag van € 54 onderscheidenlijk € 82.

2) Voor de situatie waarin door het bevoegd gezag is vastgesteld dat de werkplek niet of niet doelmatig per openbaar vervoer bereikbaar is, wordt afgesproken de ambtenaar die op meer dan 10 kilometer van de plaats van tewerkstelling woont een maandelijkse vergoeding te geven volgens de belastingvrije tabelbedragen die de fiscus voor de toepassing van het reiskostenforfait hanteert. Voor de ambtenaar die op 10 kilometer of minder van de plaats van tewerkstelling woont geldt een vergoeding die is afgeleid van de hiervoor bedoelde fiscale tabelbedragen. Laatstgenoemde vergoeding is echter volledig belast.

Het vorenstaande kan worden uitgedrukt in de volgende tabel.

Enkele reisafstand woning-werk | Maandelijkse vergoeding bij reizen op

meer dan t/m | 1 dag per week | 2 dagen per week | 3 dagen per week | 4 of meer dagen per week

0 km - 10 km

* De bedragen bij afstanden tot en met 10 kilometer zijn volledig belast. | € 8,12 | € 16,24 | € 24,36 | € 32,48

10 km - 15 km | € 16,25 | € 32,50 | € 48,75 | € 65,00

15 km - 20 km | € 22,75 | € 45,50 | € 68,25 | € 91,00

20 km of meer | € 32,50 | € 65,00 | € 97,50 | € 130,00

Voor ambtenaren die geen gebruik (willen) maken van de voor hun situatie geldende standaardregeling wordt afgesproken een vergoeding te verstrekken ter grootte van 25% van de vergoeding die wordt verstrekt ingeval van de onmogelijkheid om van het openbaar vervoer gebruik te kunnen maken.

In alle gevallen komt de bestaande eigen bijdrage van (thans) € 47,68 per maand te vervallen.

Het bevoegd gezag kan in beide standaardsituaties ruimere faciliteiten toekennen indien faciliteiten voor woon/werkverkeer tevens gebruikt worden voor dienstreizen. Hierbij is sprake van maatwerk.

Tot slot zal een hardheidsclausule gelden die het bevoegd gezag de mogelijkheid biedt om in individuele gevallen, waarin de standaardregeling leidt tot een duidelijk onbillijke uitkomst, afwijkend te beslissen.

De noodzakelijke wijzigingen in de regelgeving (waaronder het vervallen van artikel 11a van het Verplaatsingskostenbesluit 1989) zullen per 1 januari 2004 van kracht worden.

De dan bestaande departementale vervoerplannen, gebaseerd op artikel 11a van het VKB 1989, blijven echter gedurende maximaal 3 jaar nog van kracht voorzover de daarin opgenomen aanspraken voor de individuele ambtenaar hoger zijn dan die krachtens de nieuwe standaardregeling. Gedurende de termijn van 3 jaar kunnen de ministeries deze hogere aanspraken op een zorgvuldige wijze en in overleg met het Departementaal Georganiseerd Overleg in overeenstemming brengen met die van de nieuwe standaardregeling.

Regeling
Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 2002-2003
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
05-12-2002
BWB-id
BWBR0014386
Versie
2002-12-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl