wetzoeker

Meer centrale regie Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 2002-2003

Partijen constateren dat op grond van in het verleden gemaakte keuzes een grote diversiteit in de aanspraken van secundaire arbeidsvoorwaarden is ontstaan.

Daarnaast zien zij dat er op onderdelen sprake is van een verschillende uitleg en toepassing van arbeidsvoorwaarden, ook indien het gaat om uniforme aanspraken. Een oorzaak hiervoor kan liggen in onvoldoende duidelijkheid en gedetailleerdheid van de sectorale regelingen.

Voorts is de huidige wijze van uitvoering, te weten door ieder organisatieonderdeel van de sector Rijk afzonderlijk, niet altijd efficiënt te noemen.

Partijen zijn van mening dat in de aanspraken van ambtenaren, zowel in de primaire als in de secundaire arbeidsvoorwaarden, in principe geen verschillen tussen (groepen van) ambtenaren mogen bestaan. In gelijke situaties moeten gelijke gevallen immers gelijk behandeld worden. Hierbij erkennen partijen wel dat gelet op het bedrijfsvoeringsproces bepaalde afwijkingen of specifieke toepassingen gerechtvaardigd kunnen zijn.

In dit licht spreken partijen af bij het maken van afspraken voortaan nadrukkelijk stil te staan bij de vraag welke ruimte voor het decentrale niveau wordt gelaten. Deze ruimte kan betrekking hebben op het vaststellen van aanspraken, maar evenzeer op de wijze waarop aan sectoraal gemaakte afspraken uitvoering kan worden gegeven (uitvoeringstoets).

Een en ander betekent dat met name waar het gaat om de arbeidsvoorwaardelijke aanspraken van rijksambtenaren deze in sterkere mate dan tot dusverre gedetailleerd zullen worden vastgesteld op sectoraal niveau. Dit heeft tot gevolg dat de onderscheiden onderdelen van de sector Rijk in mindere mate op decentraal niveau overleg behoeven te voeren (bijvoorbeeld in het Departementaal Georganiseerd Overleg). Dit laat uiteraard onverlet de formele rol en bevoegdheden van de vakorganisaties bij de totstandkoming van decentrale arbeidsvoorwaardelijke aanspraken.

Mede ter versterking van een eenduidige toepassing en uitvoering van sectoraal geldende rechtspositieregelingen onderzoekt de minister van BZK de mogelijkheid te komen tot een shared service voor de gehele sector Rijk. Een concentratie van de taken op het gebied van arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen leidt tot schaalvoordeel, een grotere kans op gelijke behandeling en versterkt de ontwikkeling van de sector Rijk tot één werkgever. Ter ondersteuning van dit proces zullen verder door deregulering en herstructurering de bestaande arbeidsvoorwaardelijke regelingen inzichtelijker en beter toegankelijk worden gemaakt. Als eerste stap zal de minister van BZK er voor zorgen dat in de loop van het kalenderjaar 2003 de vigerende sectoraal geldende regelingen met behulp van ICT-toepassingen voor alle rijksambtenaren benaderbaar zijn.

Een tweede stap is de uniformering van de aanspraken op het gebied van kinderopvang en woon-werkverkeer, evenals een vereenvoudiging van de IKAP-regeling.

Regeling
Arbeidsvoorwaarden en andere personeelsaangelegenheden in de sector Rijk 2002-2003
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
05-12-2002
BWB-id
BWBR0014386
Versie
2002-12-05_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl