wetzoeker

Vergoedingenregeling raad voor rechtsbijstand

Besluit van 4 december 2002 tot vaststelling van de Vergoedingenregeling Raad voor Rechtsbijstand (Vergoedingenregeling Raad voor Rechtsbijstand)

Soort
KB
Geldend vanaf
22-04-2021
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0014380
Versie
2021-04-22_0
SHA-256 bron
2cf53d013636cfa9078f3f7181ad462a22d84e2e373bce3fb234e4bf236a0858

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

bestuur: het bestuur bedoeld in artikel 3 van de Wet op de rechtsbijstand;

raad van advies: de raad van advies bedoeld in artikel 6 van de Wet op de raad voor rechtsbijstand.

Artikel 2

De voorzitter van de raad van advies ontvangt voor zijn werkzaamheden en onkosten een vaste maandelijkse vergoeding welke is gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 0,079, berekend over het maximum van schaal 18 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 3

De overige leden van de raad van advies ontvangen voor hun werkzaamheden en onkosten een vaste maandelijkse vergoeding welke is gebaseerd op een arbeidsduurfactor van 0,041, berekend over het maximum van schaal 17 zoals overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 4

Het bestuur kan op grond van artikel 8 van de Wet op de rechtsbijstand voor de voorbereiding of uitvoering van bepaalde werkzaamheden commissies instellen. De leden van deze onder het bestuur ressorterende commissies ontvangen per dagdeel dat wordt deelgenomen aan een vergadering een vergoeding van € 140.

Artikel 5

De voorzitter en de leden van de raad van advies en de onder het bestuur ressorterende commissies hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen daarover is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

Artikel 6

De vacatiegeldenregeling Raden voor Rechtsbijstand van 27 januari 1994, kenmerk 423317/894, wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op de datum van plaatsing in het Staatsblad en werkt terug tot 1 januari 2002.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Vergoedingenregeling raad voor rechtsbijstand.