wetzoeker

7.4 — Relatie beoordeling functionele mogelijkheden en re-integratie-inspanningen Beleidsregels beoordelingskader poortwachter

Relatie beoordeling functionele mogelijkheden en re-integratie-inspanningen

De medische beoordeling van de functionele mogelijkheden moet gericht zijn op datgene wat betrokkene nog wél kan. Daaruit dient te worden afgeleid welke re-integratiemogelijkheden er in de eerste twee ziektejaren nog zijn en welke re-integratie-inspanningen dienen te worden verricht. De relatie tussen de beoordeling van functionele mogelijkheden en re-integratie-inspanningen kan als volgt worden geschetst.

De bedrijfsarts beoordeelt, waar mogelijk in wisselwerking met de werknemer en werkgever, welke mogelijkheden de werknemer nog heeft tot het verrichten van betaalde arbeid en hoe die mogelijkheden in of zo nodig buiten het bedrijf kunnen worden benut. Er zijn dan verschillende situaties mogelijk:

1. Wanneer de werknemer nog arbeidsmogelijkheden heeft, ook al is de omvang beperkt, gelden de in wet- en regelgeving neergelegde re-integratieverplichtingen. Er zijn dan immers mogelijkheden voor re-integratie. Dit betreft alle situaties waarin de werknemer niet volledig geschikt is voor zijn ‘eigen werk’ maar nog wel mogelijkheden heeft ten aanzien van het verrichten van arbeid. De bedrijfsarts brengt in de probleemanalyse (en zo nodig later in een bijgestelde probleemanalyse) de beperkingen, de mogelijkheden om te functioneren en het te verwachten herstel in kaart en adviseert de werknemer en werkgever inzake te ondernemen re-integratie-inspanningen.

2. Wanneer de werknemer naar verwachting geen arbeidsmogelijkheden heeft zal de bedrijfsarts periodiek moeten beoordelen of herstel respectievelijk verbetering van de arbeidsmogelijkheden binnen een redelijke termijn is te verwachten of kan worden bewerkstelligd, waardoor er alsnog een mogelijkheid tot re-integratie ontstaat. Is nog herstel te verwachten c.q. te beïnvloeden, dan geeft de bedrijfsarts hierover een advies aan de werknemer en werkgever. Het ligt in de rede dat in dat geval binnen een bepaalde periode opnieuw naar de situatie wordt gekeken en dat de bedrijfsarts dit ook aangeeft.

3. Is er geen herstel meer te verwachten, c.q. te beïnvloeden, dan zijn er dus geen re-integratiemogelijkheden meer en kan worden volstaan met het opmaken van een beperkte probleemanalyse, dat wil zeggen zonder advies voor een plan van aanpak. Omdat geen re-integratie meer mogelijk is zal het UWV dan aan het einde van de wachttijd geen sanctie kunnen opleggen. Van zo’n situatie zal in ieder geval sprake zijn bij een stabiel of progressief ziektebeeld waarbij er (nagenoeg) geen mogelijkheden om te functioneren en geen verdere behandelingsmogelijkheden meer zijn.

Indien er volgens de bedrijfsarts geen arbeidsmogelijkheden zijn en ook geen herstel meer te verwachten c.q. te beïnvloeden is, kan de werknemer onder de Wet WIA eenmalig een aanvraag voor een verkorte wachttijd indienen bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid zonder geringe kans op herstel. Deze aanvraag dient vergezeld te gaan van een verklaring door de bedrijfsarts, mede gebaseerd op verkregen informatie van de behandelend specialist van betrokkene. De verzekeringsarts zal dan beoordelen of sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 4 lid 2 Wet WIA

8 Ook als sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid op arbeidsdeskundige gronden kan het UWV een verkorte wachttijd vaststellen.

.

Als het gaat om het in kaart brengen van de belastbaarheid is het van belang dat verzekeringsartsen en bedrijfsartsen zo veel mogelijk bij elkaar aansluiten. Dit kan door qua terminologie aan te sluiten bij de ‘CBBS

9 CBBS = Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, zoals dat door het UWV wordt gebruikt als hulpmiddel bij het duiden van voor cliënten geschikte functies ten behoeven van WAO, WAZ, WAJONG, WAMIL en WET WIA.

-systematiek’. Ofwel: bij de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zoals die door verzekeringsartsen moet worden gebruikt om de mogelijkheden en beperkingen van cliënten in het CBBS vast te leggen. Het is daarbij niet de bedoeling dat bedrijfsartsen de FML net zo ‘invullen’ als verzekeringsartsen dat behoren te doen. Het is voor bedrijfsartsen voldoende om beperkingen te omschrijven binnen de kaders van de zes verschillende belastingsvelden

10 De FML kent de volgende belastingsvelden: persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, fysieke arbeidsomstandigheden, dynamische handelingen, statische houdingen en werktijden.

die de FML kent. Essentieel is namelijk dat de bedrijfsarts het geheel van de mogelijkheden en beperkingen in zijn eigen omschrijving aangeeft op de genoemde zes belastingsvelden, zodat van daaruit kan worden begrepen waarom het bereikte re-integratieresultaat al of niet bevredigend is.

Regeling
Beleidsregels beoordelingskader poortwachter
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
18-11-2006
BWB-id
BWBR0014375
Versie
2006-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl