wetzoeker

1 — Inleiding Beleidsregels beoordelingskader poortwachter

Inleiding

Op 29 december 2005 is de WAO

1 De WAO blijft bestaan voor werknemers die vóór 1 januari 2004 ziek zijn geworden. In enkele situaties kan ook later nog een WAO-uitkering worden toegekend, zoals bijvoorbeeld bij toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak binnen vijf jaar (artikel 43a WAO).

opgevolgd door de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, de Wet WIA. Bij de Wet WIA staat ‘werken naar vermogen’ centraal. Het gaat er niet langer om wat mensen niet meer kunnen, maar vooral om wat mensen nog wel kunnen ondanks hun functionele beperkingen. Uitgangspunt is dat een ieder die arbeidsongeschikt is geworden zijn of haar resterende arbeidsmogelijkheden zo volledig mogelijk benut. Bij de beoordeling van het recht op uitkering dient het UWV daarom te kijken naar wat de aanvrager met zijn of haar beperkingen door ziekte of handicap nog wél kan en wat hij of zij daarmee kan verdienen.

Voorafgaande aan de beoordeling van het recht op uitkering verricht het UWV eerst de poortwachterstoets

2 Als reeds tijdens de wachttijd sprake is van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid kan de werknemer vervroegd een WIA-aanvraag doen en kan de wachttijd dus worden verkort wanneer aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan (zie artikel 23 lid 6 Wet WIA). De verkorte wachttijd bedraagt tenminste 13 weken en ten hoogste 78 weken. Als de werknemer inderdaad volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, heeft hij op grond van de WET WIA recht op een IVA-uitkering (inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten). In dergelijke situaties geeft het UWV geen oordeel over de geleverde re-integratie-inspanningen. Re-integratie is dan immers niet aan de orde.

. In dit kader beoordeelt het UWV allereerst of er voldoende re-integratieresultaat is bereikt, en als dat niet zo is of werkgever en werknemer samen gedurende de eerste twee jaar van ziekte

3 Plus – in voorkomende gevallen – de periode waarin werkgever en werknemer vrijwillig, in onderlinge overeenstemming, de loondoorbetalingsperiode bij ziekte hebben verlengd.

voldoende inspanningen hebben verricht om de functionele mogelijkheden zo veel mogelijk te vergroten en de bestaande arbeidsmogelijkheden zo goed mogelijk te kunnen benutten in het eigen bedrijf of bij een ander bedrijf. Na een positief oordeel over de geleverde inspanningen wordt het recht op uitkering beoordeeld; na een negatief oordeel wordt de beoordeling van het recht op uitkering opgeschort en loopt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever maximaal 52 weken door totdat de vereiste re-integratie-inspanningen hebben plaatsgevonden.

Met het oog op een uniforme en transparante beoordeling van de re-integratie-inspanningen in het kader van de poortwachterstoets hanteert het UWV het hierna volgende kader. Werkgevers, werknemers en degenen die hen ondersteunen kunnen op basis hiervan kennis nemen van de wijze waarop het UWV re-integratieactiviteiten beoordeelt. Dit kader biedt niet alleen inzicht in de wijze waarop het UWV de geleverde re-integratie-inspanningen beoordeelt, maar biedt tevens aan werkgever en werknemer een richtsnoer voor de aanpak van de re-integratie. Aangegeven wordt wat van partijen in de praktijk in redelijkheid wordt verwacht in de eerste twee ziektejaren. Doel is immers om bij ziekte te voorzien in een tijdige en adequate verzuim- en re-integratieaanpak, waardoor het functioneren van de werknemer in de arbeid zo snel en volledig mogelijk wordt hersteld en langdurig verzuim en instroom in de Wet WIA wordt voorkomen. Werkgever en werknemer hebben daarom in de eerste twee ziektejaren het primaat van verzuimbegeleiding en re-integratie, waarbij zij zich laten ondersteunen door een arbodienst of bedrijfsarts, en eventueel door andere deskundigen.

Het kader is als volgt opgebouwd. Eerst wordt ingegaan op de juridische grondslag van het beoordelingkader (paragraaf 2). Paragraaf 3 geeft de uitgangspunten van het beoordelingskader weer en paragraaf 4 de aspecten waarop het UWV de beoordeling van re-integratie-inspanningen uitvoert. Paragraaf 5 gaat in op de rol van de dienstverleners die werkgever en werknemer bij het verrichten van hun re-integratie-inspanningen ondersteunen. In paragraaf 6 komen de voorschriften van de regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar aan de orde. Vervolgens worden de medische aspecten resp. de arbeidskundige aspecten besproken (in paragraaf 7 respectievelijk 8). De re-integratieverplichtingen van werkgever en werknemer komen aan de orde in paragraaf 9.

Het beoordelingskader wordt afgesloten met twee specifieke situaties. Paragraaf 10 gaat in op de situatie waarin het UWV een deskundigenoordeel moet geven over de re-integratie-inspanningen van werkgever of werknemer of over de aanwezigheid van passende arbeid in het bedrijf. Paragraaf 11 gaat in op de situatie waarin een dienstverband in de eerste twee ziektejaren eindigt waarna de werknemer aanspraak maakt op ziekengeld.

Regeling
Beleidsregels beoordelingskader poortwachter
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
18-11-2006
BWB-id
BWBR0014375
Versie
2006-11-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl