wetzoeker

Artikel 101 Mijnbouwwet

Afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen of aardwarmte

1 Indien een afdracht als bedoeld in artikel 98, eerste lid, aan de staat of een vooruitbetaling op een afdracht als bedoeld in artikel 98, eerste lid, op een later tijdstip op een ander bedrag wordt vastgesteld, wordt bij die latere vaststelling de rentederving in rekening gebracht die voor de betrokkene of voor de staat uit die latere vaststelling voortvloeit. Daarbij wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht.

2 Aan de betrokkene wordt een enkelvoudige rente in rekening gebracht over het bedrag waarvoor overeenkomstig artikel 25 van de Invorderingswet 1990 uitstel van betaling is verleend. De rente wordt berekend over het tijdvak waarvoor uitstel is verleend.

3 Het percentage van de rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is gelijk aan het percentage van de belastingrente, bedoeld in artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

4 Een rente, bedoeld in het eerste en het tweede lid, is aan de staat verschuldigd met ingang van de dag na die waarop de vaststelling aan de betrokkene bekend is gemaakt. Artikel 100 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de betaling en de invordering van deze rente.

Regeling
Mijnbouwwet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0014168
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl