wetzoeker

Artikel 5 Verordening PT algemene heffing handel groenten en fruit 2003

Oplegging en inning

1 De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door de voorzitter door middel van toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.

2 Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat ten minste:

a. naam en adres van de heffingsplichtige;

b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend, en

c. het totaal van de heffing.

3 In afwijking van het eerste lid, kan de voorzitter de heffingsplichtige een voorlopige heffing opleggen tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

4 De heffingsplichtige kan bij wijze van voorschot de heffing in geval van transacties via een afzetorganisatie in gedeelten voldoen. In dat geval houdt de afzetorganisaties per transactie in het door het bestuur vastgestelde percentage of vastgesteld tarief als bedoeld in artikel 3, vijfde lid.

5 Voorschotten als bedoeld in het vierde lid, worden verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

Regeling
Verordening PT algemene heffing handel groenten en fruit 2003
Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
15-02-2003
BWB-id
BWBR0014037
Versie
2003-02-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl