wetzoeker

Wijzigingswet Invorderingswet 1990 (Herziening procesrecht inzake aansprakelijkstelling)

Wet van 12 september 2002 tot wijziging van de Invorderingswet 1990 (Herziening procesrecht inzake aansprakelijkstelling)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-12-2002
Rechtsgebied
Belastingrecht, Invorderingsrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0014018
Versie
2002-12-01_0
SHA-256 bron
9ba1192dfe0a9f2334664b4ff813eb5d97f05b2b73f48f24bbb7d1ac38e9fbb4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III

Artikel I

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

Artikel II

1 Met betrekking tot een beschikking tot aansprakelijkstelling waaromtrent reeds is overgegaan tot dagvaarding voor de burgerlijke rechter overeenkomstig artikel 49, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan die datum.

2 Met betrekking tot een beschikking tot aansprakelijkstelling die is genomen vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet waarop het eerste lid niet van toepassing is, wordt een tijdige betwisting overeenkomstig artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, en welke niet heeft geleid tot intrekking van de beschikking, aangemerkt als een tijdig tegen die beschikking gemaakt bezwaar als bedoeld in artikel 49, derde lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidt na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Indien in verband met die beschikking eveneens tijdig bezwaar is gemaakt op de voet van artikel 50, eerste of tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, wordt dat bezwaar geacht deel uit te maken van het in de eerste volzin bedoelde bezwaar.

3 Indien de in het tweede lid bedoelde betwisting niet, of niet tijdig, heeft plaatsgevonden, doch wel tijdig bezwaar op de voet van artikel 50, eerste of tweede lid, van de Invorderingswet 1990 zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deze wet, is gemaakt, wordt, tenzij op dat bezwaar reeds uitspraak is gedaan en die uitspraak onherroepelijk is geworden of tegen die uitspraak reeds beroep is ingesteld, dat bezwaar geacht een bezwaar te zijn als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin.

Artikel III

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.