wetzoeker

4.1 — Premies en aanspraak Aanvullend (vrijwillig) pensioen voor leden van het Europees Parlement

Premies en aanspraak

Het niet kwalificeren als pensioenregeling of lijfrentevoorziening heeft tot gevolg dat het deel van de premie dat de deelnemende europarlementariër zelf betaalt niet aftrekbaar is: noch als pensioenpremie, noch als lijfrentepremie. Het deel van de premie dat ten laste van het EP komt, wordt bij de desbetreffende europarlementariër belast: tot en met het jaar 2000 als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en ingaande 2001 als resultaat uit overige werkzaamheden.

Zoals in onderdeel 2 vermeld, ontstaat pas na drie jaar premiebetaling een onvoorwaardelijk recht (aanspraak) op toekomstige uitkeringen. Nadat drie jaar premie is voldaan, wordt het deel van de premie dat in de eerste drie jaar ten laste is gekomen van het EP (zijnde 2/3 deel van de totale premie over de eerste drie jaar voor het desbetreffende lid) bij de desbetreffende deelnemer belast in de inkomstenbelasting: tot en met het jaar 2000 als inkomsten uit niet in dienstbetrekking verrichte werkzaamheden en ingaande 2001 als resultaat uit overige werkzaamheden.

In het vierde jaar en de daarop volgende jaren is de bijdrage van het EP in de premie jaarlijks bij de desbetreffende deelnemer belastbaar als (met ingang van 2001) resultaat uit een werkzaamheid.

Regeling
Aanvullend (vrijwillig) pensioen voor leden van het Europees Parlement
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
08-07-2002
BWB-id
BWBR0013868
Versie
2002-07-08_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl