wetzoeker

Verordening PT heffing bestrijding Ditylenchus dipsaci 2003

Besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 3 juli 2002, houdende de vaststelling van aan telers van bloembollen op te leggen heffing ter bestrijding van de ziekte Ditylenchus dipsaci (Verordening PT heffing bestrijding Ditylenchus dipsaci 2003)

Soort
PBO-regeling
Geldend vanaf
01-01-2003
Rechtsgebied
Agrarisch recht
Ministerie
Productschap Tuinbouw
BWB-id
BWBR0013844
Versie
2003-01-01_0
SHA-256 bron
fe2de2141c3229386918c1770c4cfa033c7085179655c1e64c35f7c7478182ca

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

1 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 2 en 3 van de Instellingverordening Productschap Tuinbouw 1998.

2 In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. | productschap | : | het Productschap Tuinbouw,

b. | het bestuur | : | het bestuur van het productschap;

c. | de voorzitter | : | de voorzitter van het productschap;

d. | bloembollen | : | gele krokussen, tulpen en narcissen;

e. | heffingsplichtige | : | degene die krachtens deze verordening heffing verschuldigd is.

§ 2 — Heffingsplicht

Artikel 2

1 De teler van bloembollen is na een daartoe strekkend besluit van het bestuur een heffing aan het productschap verschuldigd over het jaar 2003, ten behoeve van de bestrijding van de ziekte Ditylenchus dipsaci.

2 De heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd bij wege van een aanslag, niet inachtneming van het in de volgende artikelen bepaalde.

3 Uiterlijk voor 1 december 2003 neemt het bestuur, met inachtneming van artikel 4, tweede lid een besluit of en tot welk bedrag een heffing als bedoeld in het eerste lid, wordt opgelegd.

§ 2 — Heffingsplicht

Artikel 3

1 Indien een besluit als bedoeld in artikel 2, derde lid, is genomen doet de teler bij het productschap aangifte van het in 2002 beplante oppervlakte van de door hem geteelde bloembollen.

2 De opgave als bedoeld in het eerste lid, wordt gedaan op het "Registratieformulier beplante oppervlakte bloembollen", bedoeld in de Registratieverordening PT bloembollenteelt 1997, met in achtneming van de daarop gestelde vragen en gegeven aanwijzingen.

§ 3 — Grondslag en hoogte

Artikel 4

1 De heffing die de teler nadat het bestuur een besluit heeft genomen als bedoeld in artikel 2, derde lid, is verschuldigd, wordt opgelegd naar het grondoppervlak waarop de bloembollen worden geteeld.

2 De heffing, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste voor:

a. | gele krokussen | : | € 6,80 per are;

b. | tulpenbollen | : | € 4,53 per are; en

c. | narcissen | : | € 4,53 per are.

Heffingen beneden de € 22,50 worden niet opgelegd.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 5

Indien een heffingsplichtige gegevens die hem krachtens deze verordening of de Verordening PT algemene bepalingen, ten behoeve van de onderhavige verordening zijn gevraagd niet, niet tijdig of niet volledig verstrekt, wordt de heffing berekend over de dan te ramen omvang van de grondslag die op de heffingsplichtige ingevolge deze verordening van toepassing is, in welk geval de heffing wordt verhoogd met € 40,= in verband met administratiekosten.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 6

1 De oplegging van de krachtens deze verordening verschuldigde heffing vindt plaats na afloop van het jaar waarover de heffing verschuldigd is en geschiedt door toezending of uitreiking aan de heffingsplichtige van een heffingsnota.

2 Iedere heffingsnota is gedagtekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de heffingsplichtige;

b. een specificatie of toelichting omtrent de wijze waarop de heffing is berekend;

c. het totaal van de heffing.

3 In afwijking van het eerste lid kan de heffingsplichtige een voorlopige heffing worden opgelegd tot het bedrag waarop de heffing vermoedelijk zal worden vastgesteld. De voorlopige heffing wordt verrekend met de krachtens deze verordening verschuldigde heffing.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 7

Indien uit de ter beschikking gekomen gegevens blijkt dat de verstrekking van de gegevens of een raming als bedoeld in artikel 5, niet in overeenstemming is met de werkelijkheid, kan een opgelegde heffing aan de hand van deze gegevens worden herzien en opnieuw worden opgelegd.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 8

1 Betaling geschiedt binnen 30 dagen na dagtekening van de heffingsnota.

2 In afwijking van het eerste lid is de nota terstond invorderbaar:

a. zodra het faillissement van de heffingsplichtige is aangevraagd;

b. zodra de heffingsplichtige het drijven van de onderneming beëindigt of van het voornemen daartoe blijkt;

c. zodra de heffingsplichtige zich metterwoon in het buitenland heeft gevestigd of van het voornemen daartoe blijkt.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 9

Aan de heffingsplichtige, die niet of niet geheel binnen de in artikel 8 bedoelde termijn heeft betaald, kunnen:

a. de daaruit voortvloeiende extra kosten van € 22,50 in rekening worden gebracht, alsmede

b. de wettelijke interest over het niet betaalde bedrag, te berekenen vanaf de dag waarop de betaling diende te zijn verricht ingevolge de aanmaning bedoeld in artikel 127, tweede lid van de Wet op de bedrijfsorganisatie.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 10

De invorderingskosten voortvloeiend uit het niet betalen binnen de gestelde termijn als bedoeld in artikel 8 en 9, zijn voor rekening en risico van de ondernemer.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 11

De voorzitter is belast met de oplegging en inning van de heffing en de daarmee samenhangende kosten, bedoeld in de artikelen 5 tot en met 10.

§ 4 — Oplegging en inning

Artikel 12

1 De gegevens verkregen uit hoofde van het bepaalde in deze verordening dienen in handen van de voorzitter of door deze aan te wijzen personen van het secretariaat van het productschap te worden gesteld.

2 Deze gegevens mogen slechts worden gebezigd voor de vervulling van de taak van het productschap.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 13

1 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

2 Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2002 treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2003.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 14

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening PT heffing bestrijding Ditylenchus dipsaci 2003.