wetzoeker

Artikel 56 Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

Algemeen

1 Terzake van gevangenisstraffen die door het Strafhof zijn opgelegd wegens een of meer van de misdrijven, bedoeld in artikel 5 van het Statuut, en waarvan de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt, kan geen gratie worden verzocht en verleend. Een verzoekschrift om vermindering of kwijtschelding van zodanige straf wordt door Onze Minister onverwijld doorgezonden aan het Strafhof.

2 Op een daartoe strekkend verzoek van het Strafhof maakt Onze Minister aan het Strafhof zijn zienswijze bekend met betrekking tot de heroverweging van een straf als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig artikel 110 van het Statuut. Met het oog daarop kan Onze Minister het advies inwinnen van de rechtbank Den Haag en kan hij overigens bij derden alle inlichtingen inwinnen die hij nodig acht.

3 Terzake van gevangenisstraffen die door het Strafhof zijn opgelegd wegens een misdrijf gericht tegen de rechtspleging van het Strafhof als bedoeld in artikel 70, eerste lid, van het Statuut, alsmede terzake van overige door het Strafhof opgelegde straffen, kan, indien de tenuitvoerlegging in Nederland plaatsvindt, overeenkomstig artikel 6:7:1 van het Wetboek van Strafvordering gratie worden verzocht en verleend. Alvorens omtrent de gratieverlening wordt beslist, consulteert Onze Minister het Strafhof teneinde diens zienswijze te vernemen.

Regeling
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Afkortingen
Uw IS
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0013796
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl