wetzoeker

Artikel 50 Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

Optreden van de officier van justitie en de rechter-commissaris

1 De officier van justitie stelt het verzoek om samenwerking in handen van de rechter-commissaris:

a. indien het strekt tot het horen van personen die niet bereid zijn vrijwillig te verschijnen en de gevraagde verklaring af te leggen;

b. indien het strekt tot het meewerken aan een verhoor door het Strafhof van een getuige of deskundige per videoconferentie;

c. indien uitdrukkelijk is gevraagd om een beëdigde verklaring of om een verklaring, afgelegd ten overstaan van een rechter;

d. indien het met het oog op het verlangde gevolg nodig is dat stukken van overtuiging in beslag worden genomen en daartoe bevoegdheidsuitoefening door de rechter-commissaris nodig is.

2 In andere dan de in het eerste lid voorziene gevallen kan de officier van justitie het verzoek van het Strafhof in handen van de rechter-commissaris stellen.

3 De overlegging van het verzoek geschiedt bij een schriftelijke vordering, waarin wordt omschreven welke verrichtingen van de rechter-commissaris worden verlangd.

4 De vordering, bedoeld in het derde lid, kan te allen tijde worden ingetrokken.

Regeling
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Afkortingen
Uw IS
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0013796
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl