wetzoeker

Artikel 44 Uitvoeringswet Internationaal Strafhof

Overige bepalingen

1 In gevallen waarin de overlevering bij rechterlijk gewijsde ontoelaatbaar is verklaard, kan de rechtbank Den Haag, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van de vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 533, derde, vierde en zesde lid, 534, 535 en 536 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

2 In gevallen als bedoeld in het eerste lid vinden de artikelen 529 en 530 van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing op de vergoeding van kosten en schaden voor de opgeëiste persoon of diens erfgenamen. In de plaats van het in artikel 529, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering bedoelde gerecht treedt de rechtbank Den Haag.

Regeling
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
Afkortingen
Uw IS
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-04-2020
BWB-id
BWBR0013796
Versie
2020-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl