wetzoeker

Artikel 8 Wet lidmaatschap koninklijk huis

1 De vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) der Nederlanden».

2 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan de volgende leden van het koninklijk huis:

a. de echtgenoot of echtgenote van de Koning;

b. kinderen geboren uit een huwelijk van de Koning;

c. de echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning;

d. kinderen geboren uit een huwelijk van de vermoedelijke opvolger van de Koning;

e. zij die krachtens artikel 4 lid zijn van het koninklijk huis.

3 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» vervalt met het verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis.

Regeling
Wet lidmaatschap koninklijk huis
Afkortingen
Wlkh
Soort
Wet
Geldend vanaf
12-06-2002
BWB-id
BWBR0013729
Versie
2002-06-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl