wetzoeker

Artikel 3 Regeling vaargebieden vissersvaartuigen

Regionale bepalingen voor het noordelijk vaargebied

In aanvulling op de specifieke bedrijfsomstandigheden, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, onder a tot en met d, van het besluit, wordt tevens rekening gehouden met de volgende bedrijfsomstandigheden:

1º. bedrijfsomstandigheid b, c of d van artikel 3.7, eerste lid, van het besluit, naar gelang van welke de laagste waarden van de stabiliteitsparameters, vervat in de stabiliteitscriteria, genoemd in artikel 3.2 van het besluit, oplevert, dient te worden berekend, rekening houdend met de invloed van ijsafzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van het besluit;

2º. voor vissersvaartuigen die met de ringzegen vissen: vertrek van de visgronden met het vistuig, zonder vangst en met 30% van de voorraden, brandstoffen en dergelijke, met inbegrip van de invloed van ijsafzetting overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van het besluit.

Regeling
Regeling vaargebieden vissersvaartuigen
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
31-05-2002
BWB-id
BWBR0013689
Versie
2002-05-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl