wetzoeker

9 — Het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (artikelen 10.45 - 10.49) Circulaire inwerkingtreding Wet van 21 juni 2001 tot wijziging Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen)

Het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (artikelen 10.45 - 10.49)

In artikel 10.45 is een verbod opgenomen tot het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen. Dit verbod geldt niet, indien de inzamelaar ófwel staat vermeld op een lijst van inzamelaars ófwel een vergunning heeft van de Minister van VROM.

Ten aanzien van de registratie op de lijst van inzamelaars is op dit moment een uitvoeringsbesluit in voorbereiding, waarin o.a. algemene regels voor de registratie van inzamelaars gesteld zullen worden. Tevens is een ministeriële regeling op grond van de artikelen 10.45, vierde lid, en 10.55, derde lid, in voorbereiding, waarin criteria zullen worden gesteld voor vermelding op de lijst en voor beëindiging daarvan. Tot de inwerkingtreding van deze regelingen - naar verwachting op 1 januari 2003 - blijven de huidige provinciale regelingen van kracht. Tevens moet de minister op grond van artikel 10.45, tweede lid, een instantie aanwijzen die namens hem zorg draagt voor de vermelding op de lijst. Zolang de uitvoeringsorganisatie van de landelijke lijst van inzamelaars nog niet operationeel is (denk ook aan de relatie met de lijst van vervoerders, handelaars en bemiddelaars op grond van artikel 10.55), is het voornemen om - evenals bij de meldingen - de provincie aan te wijzen als instantie bij wie de inzamelaars zich moeten laten registreren en om de provincies te belasten met de handhaving van deze lijst. Wel zal de situatie na inwerkingtreding van de wet al zo zijn dat de registratie in één provincie het recht geeft om in geheel Nederland in te zamelen. De provincies wordt verzocht hierover met elkaar afspraken te maken.

Bij het vergunningstelsel voor het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen doet zich een aantal wijzigingen voor. In de eerste plaats wordt de gemeenten erop gewezen dat de afvalstoffenverordening op grond van artikel 10.23, derde lid, geen vergunningstelsel voor het inzamelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen meer mag bevatten. In de tweede plaats kan het huidige vergunningstelsel voor het inzamelen van afgewerkte olie, waarvan de vergunningverlening reeds op rijksniveau plaatsvindt, op grond van artikel XIV gecontinueerd worden totdat daarin door een nieuw besluit op grond van artikel 10.48 is voorzien.

In de derde plaats doet zich bij de huidige provinciale vergunningstelsels voor het inzamelen van een aantal afvalstromen een complicatie voor. Na de inwerkingtreding van de wet gaat de bevoegdheid tot vergunningverlening over naar de Minister van VROM. De aanwijzing van categorieën van afvalstoffen die slechts met een vergunning mogen worden ingezameld, geschiedt via een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Deze AMvB zal op het moment van inwerkingtreding van de wet nog niet gereed zijn. Omdat het voornemen bestaat enkele thans aangewezen categorieën opnieuw aan te wijzen, is het ongewenst dat de vigerende vergunningen vervallen. Via een wijziging van het Besluit inzameling afgewerkte olie worden daarom voorlopig in dat besluit de huidige door de provincies aangewezen categorieën van afvalstoffen aangewezen. Op deze wijze wordt de situatie vermeden dat een vergunning eerst komt te vervallen en op een later tijdstip toch weer vereist is met alle administratieve lasten van dien.

Vanaf de inwerkingtreding van de wet zal de minister bevoegd gezag worden voor de vergunningverlening en de handhaving van de inzamelvergunningen. Op grond van artikel XIV, derde lid, blijft, indien de aanvraag tot verlenen van een vergunning is ingediend of het geven van een beschikking krachtens wettelijk voorschrift vóór de inwerkingtreding van deze wet is bekendgemaakt, het voor dat tijdstip geldende recht van toepassing tot het tijdstip van het onherroepelijk worden van de beschikking. In deze gevallen blijft de provincie tot dat tijdstip bevoegd gezag.

In verband met een goede overgang van de vergunningverlening en de handhaving van de inzamelvergunningen worden de provincies verzocht de volgende gegevens in 2-voud te zenden naar De Roever Milieuadvisering (Postbus 64, 5480 AB Schijndel).

A. Van iedere inzamelaar die beschikt over een onherroepelijke vergunning:

- aanvraag, ontwerpbeschikking, bedenkingen, adviezen, beschikking;

- alle formele correspondentie tussen provincie en aanvrager, inclusief verzoek om aanvullende gegevens;

- alle procedurestukken die door de wettelijke adviseurs en betrokken overheidsorganen zijn ingebracht;

- alle procedurestukken die in het kader van een beroepsprocedure zijn ingebracht en de eventuele uitspraken over het geschil door de Raad van State;

- alle overige relevante informatie met betrekking tot de inzamelvergunning.

B. Ten aanzien van de handhaving van iedere inzamelvergunninghouder:

- verslagen van controles en alle formele correspondentie tussen de provincie en vergunninghouder;

- overzicht van alle eventuele strafrechtelijke procedures die tegen de vergunninghouder in gang zijn gezet (aard van de overtreding, tijdstip, pv-nummer en eventuele uitspraak).

C. Ten aanzien van de nog niet overgedragen dossiers:

- de reden waarom het dossier nog niet wordt overgedragen;

- op welke termijn dit zal gebeuren,

- naam en telefoonnummer van de contactpersoon.

Regeling
Circulaire inwerkingtreding Wet van 21 juni 2001 tot wijziging Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen)
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
04-04-2002
BWB-id
BWBR0013551
Versie
2002-04-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl