wetzoeker

Artikel 12 Regeling buitenlandse verbindingsofficieren

Gezag en toezicht

1 De centrale Nederlandse autoriteit ondersteunt de buitenlandse verbindingsofficier bij zijn taakvervulling en neemt de nodige maatregelen teneinde:

a) de buitenlandse verbindingsofficier bij aanvang van zijn tewerkstelling in Nederland te instrueren omtrent de voor zijn taakuitvoering van belang zijnde Nederlandse wettelijke voorschriften, in het bijzonder die op het gebied van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

b) gehoor te geven aan zijn verzoeken om raad en hem, indien mogelijk de nodige bijstand te verlenen;

c) daar waar mogelijk, oplossingen te vinden voor de problemen die zich bij het verrichten van zijn taken plegen voor te doen.

2 De centrale Nederlandse autoriteit kan met de individuele buitenlandse verbindingsofficier nadere afspraken maken over de uitvoering van de onderhavige regeling.

Regeling
Regeling buitenlandse verbindingsofficieren
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2002
BWB-id
BWBR0013501
Versie
2002-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl