wetzoeker

Artikel 7 Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen

Algemene bepalingen met betrekking tot de aanstelling en handhaving van een veilige bemanning

1 De scheepsbeheerder draagt ervoor zorg dat alle bemanningsleden die als chef van de wacht als bedoeld in sectie A-VIII/2, onderdeel 1 van de STCW-Code, zijn aangesteld, alsmede de bemanningsleden die dienstdoen als wachtgezel, niet minder dan zeventig uur rust wordt gegeven gedurende elke periode van zeven dagen.

2 Bij de toepassing van het eerste lid handelt de scheepsbeheerder, onderscheidenlijk de kapitein overeenkomstig sectie A-VIII/1 van de STCW-Code.

3 De bepalingen ten aanzien van de rusttijd, zoals gesteld in het eerste lid, behoeven niet te worden nageleefd ingeval van een noodsituatie, bij het houden van een nood- of veiligheidsoefening of in andere doorslaggevende operationele omstandigheden. De kapitein beslist of de zich voordoende operationele omstandigheden doorslaggevend zijn.

4 De kapitein zorgt er voor dat er wachtschema's worden opgehangen op een voor eenieder toegankelijke plaats.

Regeling
Bemanningsbesluit Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense zeeschepen
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0013361
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl